Swiss Alphine Marathon, Davos, 78 en 42 km, 27 juli 2013
Edward en Vanessa voltooien beiden de Swiss Alphine (ultra) Marathon!

Swiss Vanessa
Swiss Edward
Foto: (c) website Swiss Images, HIER staan veel meer foto's
Zowel Edward als Vanessa hebben vandaag, 27 juli, een prestatie van formaat neer gezet. In een bijzonder warme (de warmste?) editie van de  Swiss Alphine (ultra)Marathon wisten ze beiden met succes te finishen.
Volgens Edward was dit het zwaarste wat hij ooit gedaan had en dat zegt wel wat!

Edward was gestart op de langste afstand: de K78: 77.5 km met 2650 hoogtemeters op en neer, de 's werelds langste ultra-marathon in de bergen met maar liefst 21 km door 't hoog-alphine gebergte.
Vanessa nam deel aan de K42: 42 km met 1840m stijgen en 1680m dalen.
Edward kwam als 78e binnen van de 732 mannelijke deelnemers, goed voor de 13e plaats van de 78 bij de M45. Hij was de een na snelste van de 21 Nederlanders, maar de snelste Nederlander in de categorie M45
Vanessa kwam als 191e binnen van de 280 vrouwelijke deelnemers, goed voor de 32e plaats bij 40 deelnemers in de categorie V30, maar de snelste Nederlandse in deze categorie.

Allebei gefeliciteerd met deze super goede prestaties!!

HIER staan krantenartikelen en HIER de trailer van de nieuwste MARATHONED film. Hieronder nog links naar finishfilmpjes

77.5 km netto
Edward Pechler, FILMPJE 8:55:08
42.2 km
Vanessa Wuijster, FILMPJE 7:13:39


Link naar de website
Zowel over de voorbereidingen als de ultraloop zelfs hebben Vanessa en Edward uitvoerige verslaggen gemaakt.
Ga er wel even voor zitten, 't is het lezen meer dan waard!

"Zij met die loopneus is er ook weer". We lachen. Ik heb al de hele wedstrijd een niet te stoppen loopneus en dat is kennelijk niet onopgemerkt gebleven......

Het idee dat ik hier vanmorgen, toen de zon net boven de berg uitkwam, vertrok en negen uur later na een schitterende tocht van 80 kilometer hier weer terug ben, doet me denken aan een uitspraak van een oude Amerikaanse ultraloper: "If you finish the race you're the man for yourself". Deze "waanzin" doe je maar voor één persoon en dat ben jezelf.
.......
Lees alles over de race en de voorbereidingen>>>


Verslagjes van Vanessa en Edward: de ultraloop en de voorbereidingen.

Afzien met 1000 andere gekken - Vanessa

Het leek nog zo ver weg en de hele week hebben we het er al over, maar dan opeens is het zover. Het is de avond ervoor. De zenuwen beginnen te komen maar ook de zin. Hoewel de weersvoorspellingen best heftig zijn. 30 graden in het dal, 20 op de berg, geen wind, geen regen en geen kans op onweersbuien.
Het windjasje hoeft in ieder geval niet mee. En als er onverhoopt toch een flinke bui valt, zoals wel vaker het geval is hier, zullen we daar alleen maar blij mee zijn.
Swiss Vanessa
Foto: Swiss Images, alle foto's staan HIER

Omdat ik een tweede DNF in korte tijd wil voorkomen, ga ik alle risico's uit de weg:
Ik beklim geen bergen meer twee dagen voor de race.
Ik koop last minute nog even een paar nieuwe trailschoenen mét demping en dikke hak. Al twijfel ik over de maat, maar ik heb eindelijk eens het advies van de verkoper en Edward opgevolgd en een half maatje groter gekocht.
Er gaat in de laatste twee dagen een fles bietensap doorheen.
Er wordt vooral veel geslapen en uitgerust.

Verder zijn alle belangrijke punten afgevinkt. Het startnummer is binnen, horloge is opgeladen. Ik weet in welke groep ik start, hoe laat de trein en bus vertrekken, hoe ik mijn chip aan mijn salomon schoenen bevestig en waar de verzorgingsposten zijn. Het enige dat rest vanavond is goed eten en drinken en vroeg op bed.

Ik slaap de hele nacht onrustig, ben zenuwachtig. Mijn wekker staat op zeven uur maar veel kans om zolang te slapen krijg ik niet omdat Edward al om 4 uur op moet. Hij rommelt wat aan en als het tijd is om weg te gaan zwaai ik hem uit. Zodra ik weer op bed lig, vraag ik me af wat hij dit keer vergeten is. Ik sta op en zie zijn horloge op tafel liggen. Hij heeft nog net genoeg tijd om als een razende terug te fietsen en toch nog op tijd voor de start te zijn.
Ik kruip nog even op bed maar slapen lukt niet meer. Als mijn wekker meldt dat het zeven uur is, denk ik aan Edward. Hij is net gestart. Ik ben benieuwd of hij zijn beoogde tijd van 9 uur gaat redden.

Ik heb besloten om niet de bus naar het station van Davos Dorf te pakken maar te gaan lopen. Het is ongeveer een half uurtje. Ik ben ruim op tijd en er zijn al vele lopers. De trein staat te wachten en ik zoek een plekje. Eén station verder in Davos Platz stapt de grote meute op. Ik ben blij dat ik zit. Ik observeer de andere lopers. Tegenover mij een jongeman, Tobias, ook in Salomon outfit samen met een jongedame, ik denk zijn vriendin. Aan de andere kant een dikke man, die volgens zijn shirt uit Denemarken komt. Uitgezwaaid door zijn gezin.

Er volgt een mooie tocht door de bergen van ongeveer 45 minuten voordat we in Bergün, mijn startpunt, aankomen. Onderweg komen we een paar keer langs het parcours van de C42 en K78. Als het goed is, is Edward al voorbij want ik krijg een tussentijd door van 2.24.24 op de 30 km.

Op het station van Bergün aangekomen, blijkt dat de lopers over het spoor moeten om bij het perron te komen.
Ik volg in eerste instantie gewoon de meute het dorp in, maar zie al snel dat er ook borden staan die alles duidelijk aangeven.
Nadat ik nog één keer gecheckt heb of ik alles heb, geef ik mijn tas af. Met mijn Salomon broekje vol met dadels en S-caps, mijn bh vol met gels en mijn schoenen stevig aangesjord, vertrek ik richting start. Tot die tijd probeer ik zoveel mogelijk uit de zon te blijven, zoals de meeste lopers. Tot aan de laatste minuut  houden ze zich op bij een fontein in de schaduw, terwijl de start zich om de hoek bevindt.
De start is om 11.30 uur en ik ben een van de laatsten. Iedereen doet het rustig aan. Ik ook. De eerste klim begint al in de tweede kilometer. Het wandelen is begonnen. Als we weer naar beneden mogen, doen de meesten het nog steeds rustig aan. Voor mij te vroeg in de wedstrijd om het in een afdaling al rustig aan te doen dus ik probeer zoveel mogelijk mensen voorbij te stuiven. Ik voel gelijk beweging in mijn schoenen. Niet fantastisch, maar het is te doen. Kan er toch niks meer aan veranderen.

De eerste 6 km's zijn prima te doen, daarna is het voornamelijk zo hard mogelijk omhoog wandelen want hier hardlopen met temperaturen boven de 30 graden, kost me teveel kracht. Iedereen wandelt en niemand zegt ook maar een woord. Vanaf de 13 km wordt het stijgingspercentage  hoger. Hier beginnen de benen te branden en de kilometers kruipen voorbij. Zo nu en dan stop ik even om op adem te komen en weer verder te kunnen. De omgeving is prachtig en het is heerlijk om hier door de bergen te banjeren, maar ik vraag me serieus af of dit wel echt iets voor mij is. Ik vind het eigenlijk helemaal niet leuk om kilometers lang zoveel pijn te moeten verdragen en ik verbaas me over al die mensen die er bewust voor hebben gekozen om zoveel uren af te zien . Jong, oud, dik, dun.

Bij de verzorgingspost op 14,5 km vertellen ze dat het nog 4,5 km naar de Keschhütte is op 2632 meter hoogte, de enige plek waar mijn tussentijd gemeten wordt en waarna nog een laatste klim naar de Sertigpass volgt. Het lijkt onbereikbaar ver maar gelukkig is er halverwege nog een verzorgingspost, waar ik me voor het gemak maar op richt.

Er zitten kilometers van 20 minuten tussen. Na 3 km ben je dus zo een uur verder. De Keschhütte is vanaf ver al te zien. Ik bereik het na 3 uur en 24 minuten. Terwijl ik aan het uithijgen ben en nog voordat ik iets te drinken heb kunnen pakken, vraagt iemand mij om een foto te maken. Ik heb zelfs nog de tegenwoordigheid van geest om het cameraatje van zijn iPhone te poetsen. Hopelijk is hij tevreden met het resultaat.

Ik neem genoeg te drinken en werk weer een S-cap naar binnen. Eigenlijk wil ik wel uitrusten maar ik wil ook niet teveel tijd verliezen dus ik ga door. Ik was even vergeten dat het parcours hier daalt tot 2397 meter voordat de laatste klim naar de Sertigpass op 2739 meter begint. Op zich wel even lekker maar die meters moeten straks ook weer omhoog afgelegd worden. Ik probeer dus maar een beetje op adem te komen.

Het is hier zo mooi en af en toe kijk ik bewust even achterom om van het uitzicht te genieten. Het is heerlijk verfrissend om het bergwater te gebruiken om je gezicht te spoelen. Maar de eerste keer dat ik dit doe komt er zweet in mijn ogen en het prikt zo, dat ik even niks meer zie. Nog iets beter spoelen.

In de verte zie ik een sliert van lopers de berg op gaan. Ontmoedigend, want daar moet ik ook naartoe.
Halverwege de klim heb ik het even gehad en ga op een steen zitten en werk twee dadels naar binnen. Van een meevoelende loper krijg ik een kameraadschappelijk tikje op de schouder. Nog even doorzetten tot de top. Na bijna 5 uur ben ik eindelijk boven. Wat een genot. Ik zoek een mooie steen uit en plof neer. Ik neem even de tijd om uit te rusten voordat ik aan de afdaling begin. Ineens vraag ik me af wie al die vlaggetjes langs het parcours heeft geplaatst.

Na uren van wandelen, kan ik eindelijk weer rennen. Hier en daar ligt nog sneeuw en af en toe is het echt oppassen geblazen. Als een loper een stap naar rechts doet om mij voorbij te laten gaan, kukelt hij bijna de berg af. Gelukkig is het niet al te druk met lopers die wandelen. Mijn voeten doen pijn, ze branden en de stenen op het pad komen hard aan. Ik vraag me af hoe het met mijn andere schoenen geweest zou zijn. Eén verkeerde beweging en je breekt je enkel of ligt op je snufferd. Maar hiervoor heb ik die beklimmingen doorstaan. Dit vind ik leuk. Ik ga ervoor, samen met een andere loper. De ene keer komt hij mij voorbij, dan ik hem weer.
Zo nu en dan gooi ik wat water uit een beekje over mijn hoofd ter verkoeling. We gaan richting Sertig Dörfli. Vanaf hier is het nog maar 12 km. Mijn Garmin loopt 2 km voor.

De route loopt over een panoramaweg die halverwege de berg gaat. Ik herinner me dit van 2 jaar geleden toen ik met mountainbike en al een waterval in ben gedonderd. Helaas zitten er ook klimmetjes in en die gaan echt niet meer. Er wordt veel gewandeld, niet alleen door mij, maar zodra het naar beneden gaat, kan ik gelukkig weer rennen. Ik kom vaak dezelfde mensen tegen. Als ik achter een stelletje kom te lopen denk ik iets te horen als: "zij met die loopneus is er ook weer". We lachen. Ik heb al de hele wedstrijd een niet te stoppen loopneus en dat is kennelijk niet onopgemerkt gebleven. Ze wensen me nog een goede loop voor als we elkaar niet meer zien. Nu en dan halen ze mij in en dan ik hun weer. Zo wisselen we elkaar af. Totdat ik ze definitief heb afgeschud.

Mijn Garmin geeft 42 km aan en ik zie een bordje dat ik nog 2 te gaan heb. Tussen de bomen door zie ik Davos liggen. Ik ben er bijna. Nog een laatste gemene klim. Hierna gaan we rap naar beneden. Ik haal nog wat mensen in. Totdat ik op asfalt kom en weer tussen de huizen loop. Hier staan mensen te juichen en ineens herken ik Edward aan zijn blauwe broekje. Hij heeft een finisher shirt aan. Ik zwaai, hij denkt dat hij filmt. Ik geef hem een high five en breek bijna mijn enkel over een stoepje die ik over het hoofd heb gezien. Edward kan me niet meer bijhouden.
Nog een klein klimmetje en dan een bochtje om. Nog meer juichende mensen. Ik schiet bijna vol. Ik zie het stadion, mag nog een rondje over de atletiekbaan. Ik ben er eindelijk en ben zo blij dat ik vergeet mijn horloge uit te zetten. 7.13 en nog wat.
Hopelijk is het finish filmpje wel gelukt.

Vanessa

Een warme ultraloop- Edward

Gelukkig wordt deze wedstrijd niet in Nederland gehouden want gezien de "extreme" omstandigheden zou deze dan waarschijnlijk afgelast worden. Hier maakt niemand zich druk om de warmte. Gewoon genoeg drinken en zout innemen.
 
Om me te kwalificeren voor de Western States 100 Miles endurance race, mag ik er elf uur over doen. Dat is wel erg lang. Negen uur lijkt me wel een reële tijd. Liefst wat sneller.
 
Wat ik minder leuk vind van ultralopen is dat het vaak vroeg begint. Zeven uur is de start. Dat betekent vier uur op. Niks voor mij maar het moet. Ik eet wat en ga op pad. Vanessa mag nu uitslapen want die start pas om half twaalf. Gelukkig is ze wel wakker want als ik op de fiets richting start ga belt ze me halverwege. Ik ben mijn horloge vergeten. Ik fiets terug en als ik eindelijk bij de start ben zijn mijn benen al lekker opgewarmd. Ik doe dan verder ook niets meer. Ik lever een tas met wat spulletjes in voor Bergün. Dat ligt ongeveer halverwege en wie weet heb ik dan wel zin in wat. Het is een gezellige drukte op de atletiekbaan. De zon komt bijna achter de bergen vandaan en het is al lekker warm. De muziek begint en het aftellen is begonnen. Ik zie de route in gedachten voor me. Het is een grote lus door de bergen.
 
Ik begin rustig. Eerst maken we een rondje door Davos waar al opmerkelijk veel publiek aanwezig is. Hopp hopp, heya heya klinkt het door de straten. De eerste 10 km is asfalt en op enkele klimmetjes na loopt het redelijk af. Moeilijk om niet gas te geven. Maar de wedstrijd begint pas over 36 km als we door Bergün gaan en de K42 route nog afgelegd moet worden. Dan moet ik nog fris zijn. Het afdalen is makkelijk maar toch worden je bovenbenen moe. Dat is niet de bedoeling en ik probeer met zo weinig mogelijk weerstand naar beneden te gaan. Een lange klim over asfalt lukt me ook rennend nog. Ook de onverharde stukken gaan voorspoedig. Het begint wel steeds warmer te worden. Bij het 31,5 km punt in Filisur klok ik 2:24:25. Gemiddeld tempo van 4:44. Vanaf nu zullen de tijden gaan oplopen. Het begint al bij 34 km. Een klim over een lengte van twee en een halve kilometer met een hoogteverschil van ruim 350 meter. Dat is een serieuze beklimming. Net zo steil als de beklimmingen die straks volgen naar Keschhütte en de Sertigpass. Het is een onverhard pad met allemaal boomwortels. Mijn tijden lopen op naar rond de 10 minuten per kilometer.
 
Gisteren toen ik laat in de avond nog een testrondje rende om het meer van Davos, kwam ik Gert tegen. We vermoedden al dat hij er zou zijn want we hadden een blauw camperbusje met Belgisch kenteken, bij het meer zien staan. Gert kennen we van de Eifel marathon. Hij won daar de ultra, en ook bij de zes uur van de Haarlemmermeer was hij er. Hij is een jaartje ouder dan ik en ook pas op latere leeftijd met rennen begonnen. Hij is alleen meteen met ultralopen begonnen. En is er redelijk succesvol in. Hier doet hij de C42 zodat hij voor de prijzen kan gaan.
 
Hij had me al gewaarschuwd voor dit nieuwe stuk. Volgens hem was rennen onmogelijk. En hij had gelijk. Maar wandelen is niet mijn sterkste punt. Iedereen wandelt me voorbij. Begrijp niet goed wat ik fout doe. Ik raak uitgeput en als we eenmaal boven zijn waag ik toch een redelijk snelle afdaling naar Bergün. Daar wacht mijn tas met wat eten en kokosdrank. Ik hoor via de speaker de doorkomst van Lizzy Hawker. Ze zit maar een paar minuten voor me. Maar het is haar eerste wedstrijd na een blessure dus ze doet rustig aan. Vorig jaar was ze tweede dame in een voor mij onbereikbare tijd van 6:56. Voor dat soort tijden moet ik in de bergen gaan wonen om te trainen. Ik eet wat en stop nog wat in mijn heuptasje en probeer weer te rennen.
 Swiss Edward
Foto: Swiss Images, alle foto's staan HIER

Nu volgt bekend terrein. Dit stuk liep ik twee jaar geleden ook. We moeten meteen omhoog in de volle zon, en wat ik twee jaar geleden rende lukt me nu niet meer. Ik ben kapot. Wandelen moet ik. Er zit niks anders op. Het is ondertussen minstens 30 graden en er is geen beschutting. In de volle zon gaan de kilometers weer rond de 10 minuten. Soms probeer ik een stukje te rennen maar dat lijkt nergens op. Gisteren vertelde Gert nog dat ultralopen vooral de dipjes overwinnen is. Je krijgt het altijd wel een keer zwaar in de wedstrijd. Hopelijk gaat deze dip over. Ik ren en wandel zo goed als het gaat. Verkoeling is er bij de vele beekjes met koud stromend water. De beklimming naar de Keschhütte is voor normale hardlopers niet renbaar. Ik probeer wat kracht te sparen voor de afdalingen. Over 4 kilometer doe ik een uur. Als ik de Keschhütte bereik rust ik een paar minuten. Ook hier controleren de vrijwilligers of je er nog wel helemaal bij bent en wel in staat bent om verder te gaan. Ik verzeker ze dat het goed gaat en waag me aan de afdaling. Ik ben onzeker. Benen doen pijn. Het gaat niet echt hard. Het is een smal pad. Inhalen is onmogelijk als de voorganger niet aan de kant gaat. Wanneer ik een rijtje wandelende deelnemers tegenkom blijf ik er achter. Dan hoor ik achter me:"Folks, make some space please. Coming through on the left hand side". De wandelaars gaan netjes aan de kant en ik herpak mezelf en ren er langs, achtervolgd door wat later blijkt een Zuid-Afrikaan. Samen "vliegen" we richting Sertigpass. Hij geeft me weer vertrouwen bij het afdalen. Als de beklimming begint en we bij een verzorgingspost aan de praat raken wandelen we samen omhoog. Een gesprek leidt wat af en ik krijg er weer vertrouwen in dat ik na de Sertigpass wel weer kan rennen naar de finish. Wat een verschil met vorige keer. Toen was het koud, mistig en regende het. Nu is het hierboven nog ruim 20 graden.
Op de top van de Sertigpass wisselt de Zuid-Afrikaan van schoenen en shirt. Dat duurt me te lang en ik begin alvast aan de afdaling. Het eerste stuk is moeilijk. Een pad is er niet echt en er ligt, ondanks dat het hier afgelopen week zo heet was, nog redelijk wat sneeuw. Mijn schoenen zijn duidelijk niet voor sneeuw gemaakt en ik glij dan ook meerdere malen gevaarlijk langs de afgrond. Als de sneeuw weg is waag ik me aan de afdaling en probeer ik snelheid te maken. Als ik denk dat ik best snel ga en meerdere mensen inhaal alsof ze stilstaan dendert de Zuid-Afrikaan me voorbij. Die gaat als een dolle naar beneden. Ik wil volgen maar ben kansloos. In mijn eigen tempo ren ik naar beneden en ik heb er weer plezier in. Gek dat je na ruim 50 km opeens weer de geest kan krijgen. Beneden neem ik alle tijd bij de verzorgingspost. De vrijwilligers zijn net als bij de andere posten zeer behulpzaam. Ik bedank ze en begin aan het laatste stuk. Nog 10 km over een mooi panoramapad halverwege de berg. Vorige keer was ik hier kapot en moest ik bij elk heuveltje in het pad wandelen en werd ik vaak ingehaald. Dit keer niet. Ik ren alles in een rustig tempo en haal zo nu en dan wat lopers in. Ook de Zuid-Afrikaan, die ondertussen wat wandelt, haal ik in. Meer dan 70 kilometer gelopen en de benen doen het weer. Onder me zie ik Davos al naderen. Ik heb geen idee hoever het nog is. Mijn Garmin is bij de 69 km de satellieten kwijt geraakt. Dan zie ik een rood bordje. Ze tellen de kilometers hier af dus ik verwacht een drie te zien. Helaas het is een vijf. Nog even doorzetten. Ik heb 8:27 op de klok staan. Onder de negen uur moet lukken. De klimmetjes waar de meeste mensen, net als ik vorige keer, wandelen, klim ik nu door. Dan een bordje met nog 2 kilometer met 8:46 op mijn klok. Dat moet makkelijk lukken denk ik. Ik kijk vooruit en zie een lange klim. Oeps. Ik motiveer mezelf nog eenmaal om toch onder de negen uur te finishen en ren de heuvel op. Het lukt me bijna helemaal. Dan realiseer ik me dat het er echt bijna opzit en ik best weer fit ben. Het idee dat ik hier vanmorgen, toen de zon net boven de berg uitkwam, vertrok en negen uur later na een schitterende tocht van 80 kilometer hier weer terug ben, doet me denken aan een uitspraak van een oude Amerikaanse ultraloper: "If you finish the race you're the man for yourself". Deze "waanzin" doe je maar voor één persoon en dat ben jezelf. De laatste kilometer is over asfalt en ik vlieg. Wat loopt dat lekker. De finish is op de atletiekbaan waar je nog driekwart rondje moet maken. Het rechte stuk staat vol met mensen en ik geef hier en daar wat high fives. Te vaak ben ik me nergens meer van bewust als ik finish. Harry doet dat beter en geniet juist van de finish. Ik probeer het ook en als iemand me voor de bocht sprintend inhaalt heb ik genoeg kracht om lachend hem in de bocht weer voorbij te sprinten. Sprinten na 80 kilometer is ook waanzin maar heerlijk om te doen.
 
Een groot glas bier wacht bij de finish. Ik ga op het kunstgras liggen en leg mijn benen op een bankje. Als ik om me heen kijk zie ik verbeten maar blije gezichten van andere finishers. Ik herinner me de tekst uit het wedstrijdboekje: "Only absolutely healthy and highly trained runners can withstand these conditions". Uitzonderingen zijn er altijd maar het is goed om te zien dat in deze wereld waar obesitas de overhand lijkt te nemen, er ook mensen zijn die nog wel een connectie met hun lijf hebben, er goed voor zorgen, en dicht bij de natuur van de mens zijn gebleven. Al deze finishers hebben weer ervaren wat het is om een renner te zijn. De mens kan het nog steeds, ondanks alle moderne vervoersmiddelen: Grote afstanden te voet afleggen. Zelfs in de hitte, over bergen en door dalen.
 
Ik vraag me af of Vanessa het leuk vind. Als ze echt supersnel gaat verwacht ik haar rond half zes. Zes uurtjes heeft ze er dan over gedaan maar waarschijnlijk gaat dat nooit lukken. Zeker niet met deze warme omstandigheden. Ik ga eerst douchen en eet en drink wat bij. Omdat het nog steeds bloedheet is zoek ik een schaduwplekje op waar ik Vanessa kan zien. Ik ga in de straat voor de finish liggen. Hier kan ik haar niet missen. Ik zie K78 lopers die er ruim 11 uur over gedaan hebben. Stuk voor stuk stralen ze ondanks de soms pijnlijke laatste passen. Het publiek is enthousiast. Hopp hopp, heya heya, super, bravo  klinkt het, net als onderweg, overal. Eentje wordt van twee kanten belaagd en met twee spuitende champagneflessen overspoten. De blijdschap van de lopers in de laatste meters is niet te beschrijven. Maar nog geen Vanessa.
 
Ik ga maar een stukje lopen want als ik te lang lig ben ik bang dat ik niet meer overeind kom. Ik loop naar de plek waar de lopers de berg afkomen. Dan om ongeveer kwart voor zeven zie ik haar naar beneden rennen. Het ziet er nog best soepel uit na ruim zeven uur lopen. Ik wil wel meerennen maar het lukt me niet. Op de vraag of ze het nog leuk vindt antwoord ze meteen: Nee! Maar ze rent ook het laatste heuveltje nog soepel op. Als ik eindelijk bij het finishgebied aankom heeft ze haar t-shirt en medaille al gehaald en ploffen we in de schaduw neer. Ze is blij dat ze er is maar vraagt zich serieus af of ze dit wel leuk vind. Misschien doet ze toch liever gewoon de Lopster torenloop.
 
Grüezi  miteinand,
 
Edward


De voorbereidingen

swissalphine 1a
Foto: Edward, de benen zijn er klaar voor!!

Link naar de website

Alles doet pijn na 2 dagen in de bergen. Mijn bovenbenen en achillespezen doen pijn. Vanessa's rug en kuiten doen pijn en ze heeft al een blaar.

De voorbereiding.

 
Na twee jaar weer terug in de bergen. Davos ligt er dit jaar zonniger bij dan de vorige keer. Ons "kasteeltje" op de heuvel hebben we ingeruild voor een huisje aan het meer. Vorige keer dacht ik dat ik de K42 wel even binnen de vier uur zou volbrengen. Dat viel tegen. Ik had er dik 3 kwartier langer voor nodig. Iets langer dan Vanessa nodig had voor de C42. Gelukkig heb ik een slecht geheugen en ben ik de ontberingen op de Sertig Pass en de laatste 12 pijnlijke kilometers zo goed als vergeten en heb ik me dit jaar, vol goede moed, ingeschreven voor de K78. Ruim 78 kilometer, bestaande uit een combinatie van de eerste 36 km van de C42 met daarna als toetje nog de K42. Ook Vanessa is er weer en gaat dit jaar proberen mijn tijd te verbeteren op de K42. Mocht het heel slecht gaan met mij of heel goed met Vanessa kunnen we mekaar nog tegenkomen.
 
Ruim 5 dagen hebben we om te wennen aan de hoogte voordat de wedstrijd is. Bij het weerzien van de bergen die Davos omringen weet ik dat rusten deze 5 dagen moeilijk zal worden. Het is de eerste dag ook meteen raak en ik waag me aan de beklimming van de Seehorn. Ik heb deze twee jaar eerder ook al beklommen maar ga het dit keer via een ander route proberen. Vanessa doet het wat rustiger aan en gaat een paar rondjes om het meer rennen. Bij het meer begint ook het pad omhoog. Dit keer hou ik links aan en ga via een smal pad richting de top. Het klimmen valt tegen. Ik ben al snel buiten adem. Nog niet gewend aan de hoogte. Ook was ik even vergeten hoe moeilijk deze alpine trails kunnen zijn. Op 1700 meter staan wat hutjes en lopen koeien met koebellen en liggen de schapen te slapen in de zon. Het is warm. Ik zweet me kapot. Ik heb slechts 1 bidon bij me en daarom drink ik, en gebruik ik voor verkoeling, zoveel mogelijk het water van de bergstroompjes. Gelukkig staan hier wel bordjes en omdat ik eindelijk een keer een kaart bestudeerd heb, weet ik zowaar welke kant ik op moet. Als ik na een uur de top bereik en ik naar ons huisje kijk beneden in het dal, ben ik blij dat ik dit "rennend" kan. Het is totaal nutteloos voor de maatschappij om zwetend de berg op te rennen maar het is zo cool!! En het mooiste komt nog: naar beneden denderen.
 
De tweede dag gaan we de Jakobshorn op. We smokkelen een beetje door met de kabelbaan omhoog te gaan en rennen vervolgens via de toppen van de Jatzhorn en de Tällifurgga weer naar beneden naar Sertig Dörfli.
 
Alles doet pijn na 2 dagen in de bergen. Mijn bovenbenen en achillespezen doen pijn. Vanessa's rug en kuiten doen pijn en ze heeft al een blaar. Vanaf woensdag proberen we dan ook te rusten. Acclimatiseren, hoe doe je dat vragen we ons af terwijl we op een berg in de zon liggen. Moet je wat doen? Of is liggen genoeg? We gaan voor de laatste optie. Echt fit worden we er niet van. Als we noodgedwongen een stukje moeten wandelen, put elk klimmetje ons uit. De twijfel over de juiste schoen slaat toe. Vanessa koopt nog een nieuw paar trail schoenen. Maar twijfelt alweer of ze niet een maatje kleiner had moeten kopen.
 
Bij het ophalen van de startnummers hangen waarschuwingen met de weersvoorspellingen. Zorg voor genoeg zout in je lichaam. Temperaturen van dertig graden en twintig op de top zijn de verwachtingen. Weinig wind en geen neerslag. Vanessa veranderd haar plannen wat betreft haar wedstrijdoutfit constant. Ook ik twijfel. Meenemen van een extra windjas lijkt overbodig. De Salomon broek waar ik wat spullen in kan stoppen lijkt te warm. Dan maar een luchtig vlinderbroekje en een heuptasje mee? Of niets meenemen en gebruik maken van de verzorgingsposten? 78 kilometer is best een stukje. Alleen in het Amsterdamse bos heb ik meer gelopen maar dat is niet te vergelijken. We eten ons te pletter aan meloenen, mango's en bananen. Ook druiven, kersen, nectarines, sinaasappelen, mandarijntjes en grote schalen salades gaan er makkelijk in.
 
We hebben er zin in......
 
Acclimatiseren.


Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2018  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst