Midwintermarathon, Apeldoorn, 42.2 km, 2 februari 2014

Derde plaats en sub-3 uur voor Edward in Apeldoorn

Slechts één LBer dit jaar in Apeldoorn. Naar eigen zeggen: "zonder specifieke marathontraining, maar met de belofte om samen met Jan Albert Veenema (M40 uit Sneek), George ten Kate (MSen uit Groningen) te hazen naar een tijd onder de drie uur, zijn we ondanks dat George een behoorlijke keelpijn had en moeilijk kon ademen, gefinisht in 2:59:23. Mission accomplished."

Denk er niet te licht over. Dit was weer zo'n super goede prestatie van Edward, goed voor de 3e plaats M45 en een priikkel voor andere LBers dit jaar ook voor een "plekje in de nationale marathonlijst 2014 te gaan".
Gefeliciteerd!
Verslagje van Edward

42.2 km netto
Edward Pechler, 3e plaats M45
2:59:24


Link naar de website
Als ik één ding heb geleerd, is het wel dat het mentale aspect van het lopen minstens, en misschien nog wel belangrijker is dan de lichamelijke training. Een marathon is niet iets magisch maar uiteindelijk niets meer dan een stukje draven.....

Zoals onze trainer Hinrick afgelopen dinsdag nog zei: „het moet geen moeten worden”

Lees verslagje van Edward>>>

Het lijkt lang geleden dat ik een marathon op tempo heb gelopen. Afgelopen maanden heb ik vooral verder gelopen. Verder en langzamer. Uren lang rennen. Het liefst over de bergen in de Alpen of Lake District, maar ook over de heuvels van Limburg en door de vele nationale parken die Nederland rijk is. Ook 100 kilometer lang kleine rondjes rennen door het Amsterdamse bos was leuker dan ik had verwacht. Maar vandaag zal het weer iets sneller moeten.
 
George, een jonge ultraloper die ik het afgelopen jaar heb leren kennen, wil ook wel een keer in de marathonlijst van de Runner's. 3:03 is zijn PR op de marathon. Vorig jaar zou ik hem op Terschelling, samen met Jan Albert Veenema, aka Jappie, al pacen naar een tijd onder de drie uur. Maar daar waaide het een beetje en mochten we niet starten.
 
Vandaag een herkansing bij de Midwintermarathon in Apeldoorn. Zelf heb ik het wat rustig aan gedaan afgelopen maanden en niet specifiek getraind voor een marathon. In plaats van 6 keer per week, slechts 3 tot 4 keer per week wat heen en weer gerend. Ik ben positief ingesteld en maak mezelf wijs dat ik, zonder specifieke marathontraining, met mijn basisconditie wel een lullige 42 kilometer onder de drie uur kan lopen. Vorige week door 10 cm sneeuw 10 kilometer op marathontempo gelopen. Vandaag zonder sneeuw hoef ik maar vier keer zo ver. Maar nu het bijna zover is, dek ik me toch maar wat in door aan te geven dat ik in ieder geval tot de dertig kilometer mee zou moeten kunnen. Maar natuurlijk ga ik proberen om er de hele marathon bij te blijven. Gelukkig is Jappie er ook, zodat het geen grote ramp is als ik het niet volhoud.
 
Ik heb geen zin in gehaast en vroeg opstaan. Vandaar dat ik zaterdag al op pad ben gegaan in ons campertje en sta ik in een zijstraatje, 200 meter van de start geparkeerd voor de nacht. Het is een drukke straat maar het geluid van de auto's went snel en ik word zondagochtend uitgerust wakker. Het is een schitterende dag. Gelukkig heb ik mijn korte broek meegenomen. Om de benen alvast wat op te warmen, maak ik in de ochtend een testrondje door het centrum van Apeldoorn. De benen zijn wat stroef, maar uitgerust. Ik heb deze week alleen op dinsdag getraind en de benen vier dagen rust gegund, zodat ik vandaag uitgerust aan de start kan verschijnen.
 
Als ik George en Jappie heb gevonden is het al bijna tijd om te starten. George is alles behalve in topvorm. Hij is ziek en heeft keelpijn en moeite met ademhalen. Maar hij is zeker geen watje en zoals hij zelf zegt: "Als Scott Jurek met een verstuikte enkel de Western States kan winnen, kan ik met een beetje keelpijn toch zeker wel een marathon lopen". En de 1:20:00 op de halve op Ameland heeft hem wel vertrouwen gegeven. We wurmen ons door het startvak naar voren en om 12:00 beginnen we aan onze tocht. Na enkele kilometers weet ik het al. Dit ga ik niet redden zonder plaspauze. Als ik op 3:30 haas is een plaspauze niet zo erg en loop ik het gat wel weer dicht, maar op een drie uur schema wordt het allemaal wat moeilijker. Hoe langer ik wacht, hoe moeilijker het zal worden om het gat weer dicht te lopen. Bij 14 km zoek ik toch maar een boom uit. Eindeloos lijkt het te duren. Als ik weer begin te rennen zie ik ze gelukkig in de verte nog lopen. Langzaam loop ik naar ze toe. Ik sluit weer aan op het saaiste en zwaarste stuk: De Amerfoorsteweg. Een brede weg heuvelop. Gelukkig is het grootste deel van het parkoers een stuk minder saai. Het blijft een mooi gebied om te rennen daar in Apeldoorn. Kijk alweer uit naar de hardloop4daagse. Na een kilometer of 20 begint het weer licht te dalen en we komen op 1:29 en nog wat seconden door op de halve. George zijn longen branden en hij gorgelt bij de verzorgingsposten om zijn keel wat te verzachten. Jappie heeft er alle vertrouwen in en volgens hem liggen we prima op schema. Dat is ook wel zo, maar veel speling hebben we niet. Ik probeer vooral heuvelaf wat tijd te pakken. Maar aan de ademhaling van George te horen, gaat het niet soepel. Al roept hij dat hij moe is en moeilijk kan ademen, het is voor hem geen reden om te verzwakken. Hij gaat ervoor. Zijn vastbeslotenheid motiveert mij extra om zelf ook door te gaan.
 
Ik weet dat ik niet echt goed getraind heb, maar ik vertrouw op alle kilometers die ik afgelopen jaar heb gelopen. Als ik één ding heb geleerd, is het wel dat het mentale aspect van het lopen minstens, en misschien nog wel belangrijker is dan de lichamelijke training. Een marathon is niet iets magisch maar uiteindelijk niets meer dan een stukje draven. Dat het 42,195 km is, is niet gebaseerd op de limiet van de mens, maar op een oud verhaal van een boodschapper ergens in Griekenland die een kilometer of veertig liep. De exacte afstand is bij de olympische spelen van London uit puur praktische overwegingen bepaald.
 
Veel mensen worden ontmoedigd door alle verhalen van hoe zwaar een marathon lopen wel niet is en dat je een deel van je leven moet opgeven om te trainen voor een marathon. Ingewikkelde trainingsschema’s, voedingsadviezen en speciale schoenen. Zolang je niet onder de 2:10 wil lopen valt dat allemaal best mee. Voor ons gemotiveerde amateurs is het trainen niet zwaar en geven we er niets voor op. We krijgen er juist vrijheid voor terug. Weg van de tv om de vrijheid van de buitenlucht te ervaren. We zien de zon opkomen en ondergaan. Beleven de seizoenen. Met wat geluk rennen we onder de spreeuwen door, die zich tegen zonsondergang verzamelen en als een school vissen, in prachtige patronen, door de lucht vliegen. We zwerven door onbekende gebieden en duiken verborgen paadjes in. Soms hoor ik mensen zeggen dat ze wel zouden willen, maar geen tijd hebben om te trainen voor een marathon. Ik vraag me dan altijd af wat zij dan door de week doen tussen een uurtje of zeven en half negen ’s avonds? En wat voor een druk leven ze hebben dat ze in het weekend niet eens twee uurtjes voor zichzelf kunnen vrijmaken.
 
Ik staar me niet blind op trainingschema's. Ik sla gerust een training over of pas hem aan. Ik blijf positief denken en als ik een keer geen zin heb ga ik niet. Natuurlijk is het verstandig om enigszins een opbouw te hebben in je trainingen. Maar, zoals onze trainer Hinrick afgelopen dinsdag nog zei: „het moet geen moeten worden”. Plezier en het niet al te serieus nemen van jezelf en je trainingsschema is de enige manier om het vol te houden. Een 12-weken schema is prima maar dat wil niet zeggen dat je het met een 10-weken schema niet kan redden. Alsof het opeens onmogelijk is als je niet precies op het juiste moment piekt. Slaap een keer uit ipv die lange duurloop die eigenlijk op het schema stond. Het menselijk lichaam is geen machine waarvan je de exacte specificaties kent en iemand je precies kan vertellen hoe je deze het beste kan onderhouden voor een optimale prestatie. Het menselijk lichaam leeft en kan zich aanpassen en dan is er altijd nog de soms onvoorspelbare invloed van de gedachte. Welke afstand ik ook loop, ik weet ondertussen dat de gedachte om te stoppen altijd voorbij komt. Bij de 4 mijl is dat vaak al bij de eerste rotonde. Ik merk het op, maar besteed daar verder geen aandacht aan en blijf me concentreren op de dingen die wel goed gaan.
 
Het mooie van het parkoers zijn de kilometers die voornamelijk naar beneden gaan. Hierdoor zijn de beklimmingen snel vergeten. Twee keer mag je ze rennen. Vanaf een kilometer of 20 totdat je de extra lus induikt bij 26 km en vanaf kilometer 35 tot aan de finish. De laatste kilometers moeten we ook echt wel aanzetten want we hebben wat zware klimkilometers van tempo 4:28 achter de rug en dat is te langzaam. George gaat al rochelend lekker mee en we lopen kilometers van tegen de 4:00 minuten aan. We concentreren ons op lopers voor ons die we nog even moeten inhalen. Ik zie nog een grijsaard voor ons, die wel eens in mijn categorie zou kunnen zitten. Ook die halen we in. Bij de laatste kilometer wordt George nog in twijfel gebracht door de toeschouwers die roepen dat de marathonlopers rechtsaf moeten. Ik stel George gerust. We zijn al een keer rechtsaf gegaan en nu mogen we rechtdoor naar de finish. Met z'n drieën komen we op de finish af. Nog even tijd om mekaar de hand te schudden en ondanks dat George niet fit is, lukt het hem om de drie uur grens te doorbreken.
Wat een bikkel. Want al ligt hij nu ziek op bed, hij heeft het geflikt. Mind over matter. Enige minpuntje aan deze marathon is dat als je rond de drie uur finisht, de finish volstaat met de lopers die op het punt staan aan de 8 km te beginnen en je op een smal afgezet deel, bijna anoniem, finisht.

Groet,
Edward



Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2018  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst