Limburgs Zwaarste, Imstenrade, 100 km, 5 april 2014
Edward voltooid de Tocht der tochten!

EdwardLimburg
Onverschrokken Edward ging van start in Limburgs Zwaarste, een pittige, boeiende en afwisselende ultraloop.
In totaal met ruim 3200 hoogtemeters is dit dan ook een van de zwaarste ultralopen van Nederland over maar liefst (meer dan) 100 km.
Zaklantaarn en mobieltje behoren hierbij tot de verplichte uitrusting!
101 km netto
Edward Pechler, 5e plaats ! 11u52m19s


Link naar de website

Ik verwonder me over hoe lekker ik na bijna 100 km nog kan rennen. Dat is toch cool! Lees verslagje van Edward>>>

De start is om 6:00 uur. Zo vroeg starten is een aspect van het ultralopen dat ik niet kan waarderen. Om 5:00 gaat mijn wekker. Veel te vroeg om op te staan. Gelukkig staat de camper op de parkeerplaats bij de start. Zes campers staan netjes naast elkaar geparkeerd hier. Snel een watermeloen naar binnen lepelen, rugzak vullen, lampje op en mijn startnummer halen. Het is al erg druk in de kantine van het sportpark. Vele bekende gezichten. Maar veel tijd om te praten is er niet want we moeten al bijna starten. Een uurtje om je klaar te maken is eigenlijk te kort, maar slapen is zo heerlijk.

In donker gaan we van start. We duiken meteen het oeroude Imstenraderbos in en al snel kan ik me niet meer voorstellen dat ik geen zin had om zo vroeg te gaan rennen. De wereld ontwaakt en wij rennen door de bossen, over groene heuvels en over soms lastige smalle paadjes. Klimmen, afdalen het lijkt niet op te houden. Dit is veel beter dan in je nest liggen. We gaan rustig van start en er is even tijd om wat bij te praten met wat bekenden. Als de lopers een beetje verspreid raken loop ik samen met George. Het duurt niet lang of hij moet zijn Chinees eten van gisteren kwijt. Als ultraloper voelt het heel natuurlijk om in de natuur te poepen. Al pratend vliegen de kilometers voorbij. Wat de temperatuur betreft hebben we niets te klagen. Voordat de zon goed en wel op is, kan het windjasje al uit. Om vervelende schuurplekken van de rugzak te voorkomen hou ik, in tegenstelling tot George, mijn singlet maar aan. We herkennen stukken van de keer dat we hier de x-trails liepen. Ondanks dat ik de route in mijn horloge heb staan, blijft het juiste spoor volgen moeilijk. Regelmatig zitten we dan ook even verkeerd. We nemen onze tijd en soms wandelen we een heuvel op. Zo nu en dan dwing ik mezelf om toch een heuvel stevig op te rennen. Ik ben hier nu toch en zoveel kansen heb ik niet op het klimmen te trainen.

De verzorgingsposten zijn voldoende aanwezig maar helaas is er bij de meeste geen fruit. Chips, ontbijtkoek, wazige koekjes, yoghurt, cola, sinas, sportdrank, thee en water. Denk dat ik deze tocht wel gebruik zal moeten maken van mijn gelletjes die ik altijd als noodvoorziening bij me heb. Maar gelukkig heb ik ook gedroogde mango, dadels en een banaan mee. Kijken hoever ik het daarop red.

George heeft een geestelijke dip rond de 45 km. Vraagt zich af waarom hij in hemelsnaam 100 km wil lopen en twijfelt of hij het wel gaat halen. Zelf heb ik maar één keer een klein dipje. Even lopen mijn benen vol en de gedachte nog heel wat uurtjes te moeten rennen maakt me even moedeloos. Maar ondertussen weet ik dat betere tijden altijd weer komen. Rustig blijven rennen. Kleine pasjes en het gaat wel weer over. George vertelt ondertussen een verhaal over de filosoof Nietzsche, die eerst dacht dat, om gelukkig te zijn je alle pijn moet vermijden. Maar later tot inkeer kwam en zag dat lijden noodzakelijk is om gelukkig te zijn. Alleen maar in je comfortzone leven maakt niet gelukkig. Nou lijden gaan we vandaag vast wel, dus met dat geluk zit het wel goed. De vele appelbomen staan dit jaar al vroeg in bloei. Een schitterend gezicht. De witte bloesem zit niet alleen aan de bomen maar bedekt, als verse sneeuw, de trailpaden. Als we door een dorpje komen zien we een fruitkraam. Gelukkig heeft George geld en we kopen een bakje aardbeien en een appel.

Ik weet ondertussen wat een canicross is, maar hardlopen met je paard is nieuw voor mij. We zien een jongedame naast haar paard rennen. George kan het niet laten en knoopt een gesprekje met haar aan als ze ons voorbij komt rennen. We rennen met haar en haar paard mee. Waar het gesprek precies over ging zal ik hier niet onthullen, maar als onze wegen zich scheiden lijkt de dip van George verdwenen door deze aangename onderbreking. De kilometers erna praten we over onderwerpen waar ik niet verder op in zal gaan. Laten we het er maar op houden dat ultralopen het beste in je naar boven brengt.

We voeren het tempo zo nu en dan wat op, om wat uit het langzame lopen te komen. George krijgt het wat moeilijker en als ik boven op een heuvel ga piesen en op hem wacht zie ik hem in de verte nog steeds niet aankomen. Dan maar alleen door. Ik heb er ongeveer 65 km opzitten en ga nu proberen het laatste stuk stevig door te rennen. Het rennen gaat heerlijk, en ik begin deelnemers in te halen. De gedachte dat ik nog maar 35 km hoef werkt geruststellend. Op de display van mijn horloge staat alleen de route, zodat ik geen idee van tijd en snelheid heb. Ik wilde vandaag een uurtje of 12 uur onderweg zijn. Ik verwacht in Italië minstens een uurtje of achttien onderweg te zijn. Vandaar dat het vandaag vooral gaat om de duur en het rennen met vermoeide benen. Zo nu en dan ga ik extra tekeer bij een beklimming om vervolgens boven even rustig rennend op adem komen en herstellen. Het wordt in ieder geval de langste duurloop ooit voor mij wat betreft tijd. Ook de officiële afstand van 101,5 km is meer dan ik ooit heb gerend.

Bij post 7 op zeventig kilometer gaan de 80 km lopers richting finish, en maken de 100 km lopers nog een extra lus, om na 20 km weer langs deze post te komen. Ik klik mijn iPod shuffle aan mijn rugzak en ga met het schunnige nummer "Titty Taco" van Uzimon op weg. Nu de 80 km lopers weg zijn is het een stuk rustiger op de route. Ik zing hard mee. Eerst een klein stukje asfalt en dan de wildernis van Limburg weer in. In de verte zie ik nog iemand rennen. Die maar 's gaan inhalen. Voordat ik het weet ben ik alweer bij de 80 kilometerpost. Hier zitten, behalve de loper die voor mij liep, nog enkele lopers bij te komen. Ik neem snel wat te drinken, en ga door. Hoef ik hun niet meer in te halen. Op de één of andere manier duren de kilometers tot de verzorgingspost op 90 km erg lang. Niet vervelend lang, maar gewoon lang.

Als ik weer bij de verzorgingspost ben hoor ik dat er nog een post is over 6 km. Ze vertellen me dat nummer 5 en 6 net vertrokken zijn. Al ben ik totaal niet bezig met een klassering, het is een mooie motivatie voor de laatste tien kilometer. "Ga ik die nog even inhalen" zeg ik en ga er vandoor. Nu zijn er weer 80 km lopers en 60 km lopers op de route. Ik probeer in te schatten of het 100 km lopers zijn of 80/60 km. Als ik bij een groene heuvel 2 mannen voor me zie klimmen, lijken me dat 100 km lopers. Ik ren de heuvel op en wandel vlak achter ze het laatste stuk omhoog. Als we de weg op gaan, ontspan ik me en ren ze zo soepel mogelijk voorbij. Ik groet ze. "Zestig kilometer?" wordt me gevraagd. "Nee honderd". Ze geloven me eerst niet maar als ik ze vertel dat ik geen grapje maak hoor ik de één tegen de ander zeggen: "Nou dan worden we zesde en zevende. Ook mooi toch". Mijn tactiek heeft gewerkt en blijkbaar zie ik er nog zo fris uit dat ze niet eens meer een poging gaan wagen om me in te halen.

In de dorpjes gaat het meestal verkeerd met de route. De pijltjes op de grond zijn klein en vaak maar op één plek. Je ziet ze snel over het hoofd. Ik weet niet meer hoevaak ik verkeerd gelopen ben maar toch minstens 5 keer. Ook heb ik meerdere keren staan schreeuwen naar lopers die ik de verkeerde kant op zag gaan. De verzorgingspost op 95 km loop ik bijna voorbij. Iemand bonkt op zijn autoraampje en wijst me naar een garage. Daar staat behalve de gebruikelijke verzorging ook een fles Bokma jenever. Dat lijkt me geen strak plan. Eigenlijk heb ik niets nodig. Ik ben er immers al bijna. Ik ren door en na enkele kilometers ben ik het spoor compleet bijster. Mijn Garmin heeft moeite om de route te laten zien en ik zie nergens meer pijltjes of lintjes. Ik loop wat doelloos heen en weer door het dorp. Daar gaat mijn vijfde plek denk ik nog. Dan stopt er een camper. De bestuurder stapt uit en vraagt of ik meedoe aan de "ronde". Eerst begrijp ik hem niet maar als blijkt dat hij Limburgs zwaarste bedoelt wijst hij me weer naar de lintjes. Nog een paar kilometer over asfalt. De zon is goed doorgebroken en met de wind in de rug is het heet. Ik zweet me de pleuris maar ik voel me goed. Best fijn even een paar kilometer asfalt. Ik verwonder me over hoe lekker ik na bijna 100 km nog kan rennen. Dat is toch cool!

Als ik weer bij het sportpark aankom, is er net als bij Berg en Dal geen finish maar ren ik onder applaus de kantine binnen om me af te melden. Daar wordt de tijd genoteerd en mag ik meteen een foto uitzoeken voor de oorkonde. Ook krijgen we een origineel aandenken: een Limburgs Zwaarste 100 km handdoek met je naam erin. Dit keer geen rare pijnen vlak na de finish en behalve een beetje algemene stijfheid voelt alles verder prima.

Groet,

Edward.


Reacties (1) Geen reacties meer mogelijk
1 zondag 06 april 2014 15:49
Harry en Elly
Gefeliciteerd Edward met deze SUPER prestatie.
Petje af!!!

Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2018  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst