Lavaredo - Ultra Trail 119km / 5850m, 27 juni 2014
Edward voltooit de Lavaredo Ultra Trail!

Lavaredo2014 3
Foto's: Vanessa - finish Edward, meer foto's staan HIER

Edward is er in geslaagd de Lavaredo Ultra Trail met een lengte van 119 km en 5850 hoogtemeters te voltooien.
Hij had er wel even voor nodig: 19 uur en 27 min.
Een gigi prestatie, waar een diepe buiging voor op zijn plaats is.
Via internet was zijn doorkomt op diverse punten te volgen.
verslag van Edward

Een filmpje staat HIER

De route staat HIER

119km / 5850m
netto
Edward Pechler  19:27:29


Link naar de website

Beelden dat ik midden in de nacht verscheurd word door wilde honden hebben me doen omkeren.........

Als het vlak is durf ik nog wel wat snelheid te maken maar vooral bergaf is het levensgevaarlijk voor een plattelander uit Groningen....

De ijle lucht maakt me licht in het hoofd. Ik ga met moeite door mijn knieën om op een steen te gaan zitten....

Lees t spannende verslag van Edward>>>

Alle foto's zijn gemaakt door Vanessa en Edward. Meer foto's staan HIER

Vandaag is het zover. De start van de Lavaredo Ultratrail. Ik begin aan een race die ik vandaag niet zal finishen. De start is om 23:00 uur en ik vermoed dat ik voor de 119 km en 5850 hoogtemeters wel meer dan een uurtje nodig zal hebben. De 2013 editie was wegens sneeuw ingekort maar de titel van een verslag van 2012 doet het ergste vermoeden: Hell in Paradise! Stuk of zeven serieuze toppen moet ik over. Heuveltraining heb ik nauwelijks gedaan, en met de ultralichte stokken die ik op de valreep gekocht heb, heb ik precies één keer in het Teutoburgerwald getraind.

Laveredo2014 1

De race is voor een deel zelfvoorzienend al zijn er wel 8 verzorgingsposten. Ik prop wat gelletjes en repen in mijn rugzak. Verder vul ik mijn rugzak met de verplichte items: een lamp met reserve batterijen, een warmtedeken, een regenjas, lange broek, een shirt met lange mouwen, een muts, handschoenen, een drinkbeker en een liter extra water. Toch gauw een paar kilo wat je mee de berg op zeult. Ik neem ook nog een extra horloge mee. Mijn Garmin kan het ongeveer 16 uur volhouden. Ik vermoed dat ik er langer over zal doen.

Het dorpje Cortina d'Ampezzo, waar de start is, vult zich langzaam met afgetrainde mannen met gespierde benen en buitenkoppen soms vergezeld van afgetrainde dames. Door al die ultralopers word ik alleen maar zenuwachtiger. Het idee dat ik vannacht, in plaats van te slapen, door de bergen ga rennen om de volgende dag in de vroege avond te finishen leek zo mooi toen ik me inschreef, maar het weer van de afgelopen dagen en de voorspellingen maken het een stuk minder aantrekkelijk. Dagelijks onweert en regent het hier.

Als we donderdag op de expo in de olympische ijshal het startnummer halen merken we dat veel Italianen geen woord Engels spreken en gewoon Italiaans blijven spreken. Desnoods herhalen ze het nog een keer. Zoals verwacht had ik mijn medische verklaring best zelf kunnen tekenen, maar ik ben braaf geweest en op de valreep nog naar de sportarts geweest. Onderaan het startnummer hangt het hoogteprofiel met verzorgingsposten op de kop zodat je dat onderweg makkelijk kan lezen. Ondanks dat ik gepoogd heb het hoogteprofiel uit mijn hoofd te leren heb ik het tijdens de race vaak nodig gehad.

Laveredo2014 2
Een start om 23:00 uur heeft als nadeel dat je de hele dag zenuwachtig bent. Ik probeer wat te slapen overdag maar dat stelt niet veel voor. Mijn dropbag voor de verzorgingspost op 47 km wordt steeds voller. Behalve droge kleren en andere schoenen, stop ik er vooral eten in: watermeloen, appels, dadels, gekookte aardappelen en sushibladen gevuld met rijst en miso. Ik verwacht daar na een uurtje of zes te zijn. Mijn rugzak test ik uitgebreid en alle kleren verpak ik in kleine plastic zakjes. Ik ben er klaar voor.

Ik zag op de deelnemerslijst slechts vier andere Nederlands. Drie daarvan ben ik al tegengekomen. Bart staat zelfs op de camping tegenover ons. Patrick die nooit verder dan 75 km heeft gelopen en Jan, een doorgewinterde trailer, die hetzelfde doel heeft als ik: de limiet halen voor de Western States 100 Mile. Dat betekent deze race binnen de 22 uur finishen. In 2012 waren dat de eerste honderd. Tweeëntwintig uur dat is 11 minuten per km. Klinkt als een makkie. Maar toplopers halen gemiddeld nog geen 10 km per uur. Ik mag blij zijn als ik gemiddeld 5 km per uur haal.

Als het eindelijk zover is en ik me in het startvak begeef, lijkt het erop droog te blijven. Regenjas uit en shirt met lange mouwen aan. De start is in de winkelstraat Corsa Italia naast de kerktoren. Als het niet donker zou zijn zie je de rotsformaties aan de horizon. De briefing is in het Italiaans en Engels en ik hoor dat er behalve sneeuwpassages ook meerdere keren een rivier over gestoken moet worden. Dus al blijft het droog, natte voeten krijgen we sowieso. Eerst een opzwepend muziekje en dan mogen we. De start is in de winkelstraat van het dorpje onder luid gejuich van het vele publiek rennen we in het donker de bergen tegemoet.  Je moet wel heel ongevoelig zijn om niet emotioneel te worden van zo'n start. De hele winkelstraat is gevuld met joelend publiek. Daarna wordt het stil. Ik denk dat de andere deelnemers net als ik zich nu afvragen waar ze aan begonnen zijn.

Meteen vanaf de eerste meters moet er geklommen worden. Ruim 500 hoogtemeters over een afstand van 6 kilometer. Eerst door de straten van het dorp om na 2 kilometer op een met stenen bezaaid smal pad verder te klimmen. Dinsdagnacht heb ik deze eerste kilometers nog alleen gerend. Halverwege de berg hoorde ik angstaanjagend hondengejank. Beelden dat ik midden in de nacht verscheurd word door wilde honden hebben me doen omkeren. Nu kan ik niet rennen. Iedereen wandelt al. Ik wandel in een stevig tempo mee. Voel me een Nordic power walker met mijn stokken. Ik leg me erbij neer. Ik moet nog een heel eind. Na de afdaling begint het veld al meer uit te rekken en is er genoeg ruimte om je eigen tempo te rennen. Na 2 uur rennen bereik ik de eerste verzorgingsposten op 18 km. Hier kan je je watervoorraad aanvullen. Je mag alleen water meenemen. Cola, thee en sportdrank mag je alleen ter plekke consumeren. Verder is er van alles: chocolade, banaan, gedroogde abrikozen, rozijnen, walnoten, stukjes zoete taart, beschuit met nutella of worst, stinkende kaas, brood en op sommige posten hebben ze soep met pasta. Bij de laatste post ontdek ik zelfs heerlijke hele aardappelen gestoomd in de schil.

Het rennen in de nacht vergt veel concentratie. Soms kijk ik met mijn hoofdlampje opzij. Meestal zie je dan een diepe afgrond, soms een meertje. Dat je langs een snelstromend beekje of waterval rent weet je ook zonder te kijken. Het is een prachtig geluid in de nacht. Meestal loop ik alleen. Wel zo lekker. Als er geklommen wordt kijk ik niet teveel omhoog. Dan zie je namelijk aan de hoofdlampjes ver boven jezelf dat er nog een heel stuk geklommen moet worden.

Na 4 uur bereik ik de tweede post op 33 km. Tot nu toe gaat het goed. Twee bergen gehad en ruim 1500 hoogtemeters van de 5850. Moe ben ik niet en ben blij dat het droog is. De volgende post  is op de top van de Lavaredo op 47 km. Daar zou je de beroemde Tre Cime moeten kunnen zien. De rotsformatie die je op ansichtkaarten van de Dolomieten vaak ziet staan. Dat is de post waar ook mijn dropbag ligt. De gedachte aan een sappige watermeloen doet me verder rennen. Maar ik zal eerst nog 2 maal moeten klimmen. Eerst 500 meter dan een stukje afdalen om vervolgens nog 750 meter te klimmen. De bossen zijn nog glibberig. De smalle paadjes bedekt met gladde boomwortels en blaadjes. Als het vlak is durf ik nog wel wat snelheid te maken maar vooral bergaf is het levensgevaarlijk voor een plattelander uit Groningen. Ik verwonder me hoe sommigen met gemak door de blubber afdalen.  Ook dames zonder stokken rennen er makkelijk vanaf.
Als ik even aan de kant ga omdat ik het gevoel heb dat ik lopers achter me ophoud met mijn stuntelige afdaaltechniek, komt Jan me voorbij. Dan maar achter hem aan. Hij heeft heel wat meer bergervaring dan ik. Maar het duurt niet lang of hij gaat onderuit. Gelukkig kan hij verder. Ik volg het voorbeeld en even later lig ik op mijn knietjes in de blubber. Hierbij zal het niet blijven. Ik denk dat ik minstens 10 keer onderuit ben gegaan tijdens de hele race. Als het wat breder is rennen we een stukje samen op. Ondertussen is het ongemerkt licht geworden. Eindelijk kan de hoofdlamp af. We lopen langs het Misurina meer en in de verte zie ik een rotsformatie opdoemen waarvan ik vermoed dat het Tre Cime is.

Er loopt een asfaltweg naar Rif. Auronzo, waar de verzorgingspost is. Maar daar gaan wij natuurlijk niet langs. Het klimmen naar Auronzo is een ware uitdaging. Jan klautert makkelijker dan ik. Doordat het licht is geworden zie ik opeens tussen welke rotsformaties ik me bevind. Wat een prachtig gezicht. Maar rondkijken terwijl je klimt of rent is niet altijd even verstandig. Voor je het weet ben je je evenwicht kwijt. Ook voel ik me, waarschijnlijk door de hoogte, wat licht in mijn hoofd. Eenmaal boven kijk ik op mijn gemakje om me heen. Vervolgens ga ik naar de tent om mijn dropbag op te halen. Ik trek een droog shirt aan en eet wat. Helaas laat ik alle sushidriehoekjes in een plas vallen. Dan lever ik de tas weer in. Via het restaurant gaat de route verder. Onmogelijk om daar doorheen te gaan zonder te stoppen. Het is er lekker warm. Er brandt een houtkachel en er is warme soep. Ik neem een soep met pasta erin en vul mijn water bij. Als ik de soep op heb, zie ik dat ik hier ongemerkt al ruim 20 minuten ben. Dat is wel erg lang voor een verversingspost. Snel ga ik weer op pad. Het is koud hierboven. Ik trek mijn windjasje aan en na een klein stukje klimmen volgt een lange afdaling. Als ik echt wat hoger in het klassement wil eindigen zal ik het afdalen onder de knie moeten krijgen. Wat mij ligt is een smal pad, bezaaid met grote stenen wat niet al te steil naar beneden loopt. Dat is genieten. Steeds sneller tussen de stenen door. Snelheid maak je door niet te remmen en snel voetenwerk zorgt ervoor dat je niet struikelt. Als het te steil wordt en je toch wat moet bijremmen is mijn techniek ontoereikend. En als het nat en blubberig is ben ik helemaal een stijve Hollander. Ik zie Italiaanse en Spaanse dametjes afdalen alsof het niets is. En dan de stoere kerels, die knallen werkelijk naar beneden. Glad of niet, het lijkt niet uit te maken. Bij wat vlakkere stukjes haal ik ze vaak weer in.

De sneeuwpassages zijn prachtig. Grote sneeuwvlaktes op de helling van de berg waar een platgetrapt deel een pad van hooguit 30 centimeter breed vormt. Je kan zo honderden meters naar beneden glijden. Ook hier ben ik een stuntelaar. Bijna elke keer glij ik wel weg of val ik zelfs.

Na de lange afdaling zie ik dat ik 60 km heb afgelegd in 8 uur. Nog 60 km te gaan maar ik weet dat het parkoers vanaf 80 km heel zwaar wordt, dus 16 uur zit er waarschijnlijk niet in. Eerst nog een bergje over en dan de laatste grote berg.

Nu ik dit schrijf weet ik eigenlijk helemaal niet meer wanneer ik waar liep. Ik weet wel dat ik na 12 uur op 80 km was. Wat er daarna kwam was een megadip. Wat een rot stuk klimmen. Een kilometer hoogteverschil overwinnen over hele moeilijke paden. Rennen is onmogelijk. Het is meer een kwestie van overleven. Op 87 km volgt een klein vlak stukje met een snelstromende beek. Twee keer mag je door dit knieën hoge ijskoude water. Zodra je een voet in het water zet voel je de sterke stroming. De beste techniek is met je voeten tegen de stroom in te gaan staan en dan zijwaarts naar de overkant te lopen. Een nog betere techniek heeft een Sloveense jongedame die al een tijdje samen met haar vriend bij me in de buurt loopt. Haar vriend doet zijn rugzak af en zij springt op zijn rug. Hij breng haar zo naar de overkant en gaat vervolgens weer heen en weer voor zijn rugzak. Net als je schoenen weer wat droger aanvoelen mag je weer door de beek. Dit tot drie keer toe.

Op 90 km ben ik bijna op de top. Ruim 2 uur heb ik over de laatste 10 km gedaan. Ik heb het helemaal gehad met dat geklauter. De ijle lucht maakt me licht in het hoofd. Ik ga met moeite door mijn knieën om op een steen te gaan zitten. Ik pak mijn telefoon en bel Vanessa. Ik vertel haar dat ik het echt niet meer zie zitten. Ik vraag me werkelijk af wat hier leuk aan is. Dit is geen rennen. Vanessa stelt me gerust en vertelt me dat als ik heel rustig aan doe, ik nog alle tijd van de wereld heb om binnen de 22 uur te finishen. De limiet is overigens 31 uur. Dat haal ik wandelend nog wel. Ik hang op en kan het niet laten even op een stukje gras te gaan liggen. De warmte van de zon valt als een warme deken over mij heen. Ik wil niet meer rennen. Ik wil slapen. Ik trek mijn knieën op en lig in de foetushouding op het gras. Wat voelt dat lekker. Veel te lekker. Ik moet snel opstaan anders heb ik echt geen zin meer. Lopers die voorbijkomen vragen hoe het gaat. "I'm allright just enjoying the view", antwoord ik. Als ik opsta en nauwelijks mijn evenwicht kan behouden biedt iemand me gelletjes aan. Ik bedank vriendelijk. Mijn rugzak zit nog vol met gelletjes. Maar gelletjes zijn het probleem niet. Ik kijk om me heen, voel de berglucht, realiseer me dat ik gisteravond begonnen ben, de nacht goed doorgekomen ben en nu heerlijk boven op de bergen ben. Ik zie twee watervallen op één van de imposante rotsformaties. Wat maak ik me druk. Behalve dat ik ongelooflijk moe ben en pijn in mijn poten heb, ben ik gezond en fit en voel ik me meer levend dan ooit. Ik heb een iPod shuffle bij me maar afleiding is niet nodig. Dit is leven in het nu. Ik kan die laatste 30 kilometer toch nog wel doorkomen. Ik kijk op het hoogteprofiel op mijn startnummer en zie dat er zo een kleine afdaling volgt naar de volgende verzorgingspost. Maar eerst nog even klauteren.

Wat betreft de stokken. Bij het klimmen heeft het zeker voordelen maar bij de echt moeilijke stukken zitten ze vooral in de weg. Zonder zou ik mijn handen meer gebruiken. Mijn rugzak heeft speciale touwtjes en lusjes waar ik ze in kan stoppen maar dat is me nu teveel moeite. Soms is het even goed kijken waar je een lintje ziet hangen, zodat je weet welke kant je op moet klauteren. Er lopen geen duidelijke paden hier. Al klauterend doe je al snel 2 tot 3 km in een uur. En dat moet je dan maar weer zien te compenseren met afdalingen. Maar sommige afdalingen zijn ook niet meer dan klauteren en glijden. De uren vliegen zo voorbij. Op 95 km eindelijk weer een verzorgingspost. Een dik uur over 5 km! Ik blijf maar rekenen. Hoeveel tijd heb ik nog? Mijn Garmin geeft aan dat de batterij bijna leeg is. Ik stop hem in mijn rugzak en doe die van Vanessa om. Nu moet ik nog ingewikkelder rekenen. Na 15 uur en 13 minuten heb ik Vanessa's horloge aangezet. Dus uuhh..22 uur min 15 uur en 13 minuten is...uuhh....7 uur min  13 minuten...dat is 6 uur en 47 minuten toch?  Ik zal het nog vaak narekenen onderweg.

Op naar het 102 km punt waar, als het goed is Vanessa zal staan met een heerlijke smoothie en ander lekkers. Maar eerst moet ik weer klimmen. De stenen lijken wel vol gesmeerd met Nutella. Allemaal blubber van de smeltende sneeuw. Ik glij alle kanten op bij het klimmen. Het is moeilijk om na 100 km en bijna 16 uur positief te blijven. Maar het zwoegen van anderen en de prachtige plekjes waar je bent maken veel goed. Als ik op de berg sta en beneden bij een restaurant de verzorgingspost zie, zie ik ook een wit camperbusje. Vanessa heeft het gevonden. Eerst nog een moeilijke afdaling en dan een pad naar het restaurant. Ik ben blij haar te zien. Al kan ik mijn verslagenheid niet verbergen. De smoothie smaakt goed en ik eet nog wat aardappel. De heerlijke verse vijgen die we hier al dagen eten laat ik staan. Ik neem nog een soja chocomelk. Vanessa verzekert me dat ik rustig aan kan doen om de kwalificatie voor de Western States te halen. Maar ik zie het niet echt meer zitten. Nog 17 kilometer. De afstand stelt niets voor maar ik heb geen idee hoe zwaar de route nog gaat worden. De afgelopen kilometers waren verdomde heftig. Nog 2 klimmetjes volgen voor ik naar beneden mag. De klimmetjes zijn weer zwaar maar ik maak me er niet meer druk om. Het moet gebeuren. Langzaam klauter ik verder. Glij soms uit, maar weet alles heel te houden. Dan nog een verzorgingspost. Nog "9 km to finish" staat er. Negen kilometer. In Groningen is dat niets maar hier kan je van alles verwachten. Nog een paar keer klimmen en opeens een pad langs de berg naar beneden. Smal en met grote en kleine stenen bezaaid. Helemaal mijn pad. Ik maak snelheid en alle vermoeidheid verdwijnt. Ik ontwijk behendig de grote stenen. De 50 kilometer lopers zijn vanmorgen ook gestart en  lopen dit laatste deel van de route ook. Maar als ze me horen aankomen gaan ze netjes aan de kant en moedigen me aan. Dan is er opeens een hek en een bordje met een plaatsnaam rechtsaf. Ik heb geen idee waarom maar ik volg blindelings het bordje. Al snel kom ik erachter dat hier geen lintjes hangen. Hoe stom ben ik om een bordje met een plaatsnaam te volgen? Ik ren terug naar de afslag en zie aan het hek een lintje hangen. Ik had gewoon rechtdoor gemoeten. Na nog wat sneeuwpassages komen we wat lager op de berg in het bos. Ook daar stort ik me naar beneden. Boomwortels en stenen ontwijkend. Als je het vertrouwen hebt is het een heerlijk gevoel. Maar dan wordt de ondergrond vochtiger en blubberig. De boomwortels spekglad en de hellingen steiler. Ik durf niet meer. Aarzelend daal ik af. Glij constant uit door mijn voorzichtigheid. Maar ik haal de 22 uur makkelijk en zou het zonde vinden om nu nog door mijn enkel te gaan of hard te vallen. Ik doe het heel rustig aan door de blubber. Ik word door mannen en vrouwen die schijnbaar geen last van de gladheid hebben voorbij gerend alsof ik stil sta. Plotseling ben ik op bekend gebied. Hier heb ik gewandeld met Vanessa enkele dagen geleden. Nog een km of 3 schat ik in. Ik bel Vanessa dat ik er bijna ben. Ze is verbaasd dat ik het laatste deel zo snel heb gelopen en haast zich naar de finish. Als ik het dorp binnenkom word ik van alle kanten aangemoedigd. Bravo, bravo. Forza forza en meer onverstaanbare Italiaanse aanmoedigingen. Mijn kracht is helemaal terug en ik ren deelnemers voorbij alsof ze stil staan. Maar dan moet ik nog 2 straten klimmen. Ik kan het niet maken hier te wandelen en ren ontspannend  omhoog. Gelukkig gaat de winkelstraat met finish wel naar beneden. Zo hard als ik kan ren ik langs het winkelende publiek. Enthousiast word ik met een high five en een forse handdruk onthaalt door de Italiaanse Harm Noor. Hollanda versta ik nog maar verder heb ik geen idee wat hij zegt. Als hij me weer loslaat ga ik op zoek naar Vanessa. Die bleek achteraf ergens anders te staan dan ik haar dacht gezien te hebben. Heel helder ben je na een nacht niet slapen en een stukje rennen niet meer. Zodra ik zit overvalt de pijn me. Opstaan lijkt onmogelijk. Bijna alle stoere buitenkopmannen zijn opeens stijve harken met een pijnlijke grimas. De dames zitten erbij alsof ze net bevallen zijn. Maar we hebben het het geflikt! Ook Jan finisht binnen de Western States limiet in 20:07. Bart en Patrick hebben helaas de finish niet gehaald.

Lavaredo2014 3

Als ik de tijden vergelijk met 2012 is duidelijk te zien dat er telkens harder wordt gelopen. Mijn tijd was in 2012 nog goed voor een plek in de top 50, nu ben ik net buiten de top 100 gefinisht. Van de 800 deelnemers is een kwart niet gefinisht.

Er zijn momenten geweest dat ik het echt niet meer leuk vond maar vooral het laatste stuk heeft me vertrouwen gegeven. Voelde me weer sterk na meer dan 100 km. Ik heb nu alweer zin in een nieuwe bergultra. Eerst in augustus slechts 47 km op de Matterhorn. Volgend jaar als ik ingeloot word naar Amerika voor de Western States 100 mile. Zo niet dan zijn er nog genoeg andere prachtige ultratrails.

Opstaan en gaan zitten zonder hulp van mijn handen is nog wat pijnlijk maar verder voel ik me wel weer levend. Even een paar dagen uitrusten in Venetië en daarna weer naar de bergen om te trainen voor de Matterhorn.

Groeten,
Edward.



Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2018  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst