Verslag Ultra-trail du Mont Blanc, Chamonix (F), 28/29 augustus 2015
Geschreven door Edward   


Foto: Edward, klik!

Terwijl ik naar het mistlaken kijk, komt de zon boven de berg tevoorschijn. Opeens vind ik het zonde om niet te lopen bij daglicht. Het wordt een warme dag met 30 graden in Chamonix.at.....
Ik kan toch niet opgeven omdat ik een beetje pijn aan mijn voeten heb en niets liever wil dan slapen?.....
Ik begin als een bezetene aan de laatste grote klim. Onvoorstelbaar dat ik de vorige nacht al wilde stoppen. Ik voel me sterk en vrolijk. Alles lijkt in een versnelling hoger te gaan. Ik haal andere deelnemers, waarvan sommigen niet klimmen maar er verslagen bij zitten op een kei, makkelijk in.....

 
Vrijdag 28 augustus 2015. Het is bijna 18:00 uur in Chamonix. "Conquest of Paradise" van Vangelis galmt over het plein. Een adelaar scheert rakelings over de meer dan 2000 kleurig uitgedoste deelnemers. Het is bijna zover. Nog even en we vertrekken voor een 170 kilometer lange tocht rond de Mont-Blanc, waarbij dik 10.000 hoogtemeters overwonnen moeten worden en we via Italië en Zwitserland weer hier in Frankrijk zullen finishen. De toplopers worden over 21 uurtjes in Chamonix terug verwacht, maar de meeste deelnemers zullen er twee keer zoveel tijd voor nodig hebben. Zelf hoop ik onder de veertig uur te finishen.

Daar sta ik dan, zes dagen geleden 50 jaar geworden, tussen een paar duizend ultra-trailrunners. Ik zie dat, ondanks de dertig graden, best veel deelnemers lange kleding aan hebben. Weten zij meer dan ik? Horloge in ultrac mode, genoeg batterijen voor mijn lampje en Bluetooth en WiFi op de telefoon uit. De apparatuur is klaar voor 40 uurtjes in de bergen zwerven. Maar ben ik dat ook? Al heb ik afgelopen jaar genoeg UTMB punten verzameld, ik ben niet in de vorm die ik graag had willen zijn toen ik me inschreef. Het trainen kwam op een laag pitje te staan omdat mijn afgescheurde enkelband, ondanks kilo's fruit, minder snel aangroeit dan ik had gehoopt. Misschien zou het verstandig zijn om niet te starten. Maar als ik zou wachten tot ik wel klaar ben voor 100 mijl door de Alpen, gaat het nooit gebeuren.

De UTMB is niet technisch zegt men. Ik weet niet wat ze precies bedoelen met technisch, maar voor mij betekent een technische klim of afdaling dat je over een vaardigheid moet beschikken om die niet stuntelend te kunnen volbrengen. In die betekenis, weet ik nu, is de UTMB behoorlijk technisch. Ook wordt het slechte weer vaak genoemd als moeilijkheidsfactor. Ik ben dan ook erg blij met de mail van de organisatie met als onderwerp: "Attention risque de grosses chaleurs - Be aware hot weather". Dat is een zorg minder. Mijn grootste angst was om twee dagen in de regen te lopen of nog erger, dat het parkoers ingekort wordt vanwege slecht weer. De maatregel die de organisatie nu neemt ivm met het warme weer is dat je verplicht 2 liter water mee moet nemen ipv 1 liter.

Afgelopen week ben ik drie keer de bergen ingegaan om een beetje gevoel te krijgen bij het klimmen en afdalen en om mijn vers gekochte schoenen te testen. Ja, ik ga de UTMB op nieuwe schoenen lopen. Iets wat iedere trainer zal afraden maar geschikte trailschoenen in Nederland vinden zijn moeilijk en hier hebben ze alles op trailgebied. Het worden de North Face ultra MT. Geen Hoka's meer voor mij. Hoe comfortabel de zachte kussentjes van de maximalistische Hoka's ook zijn, het risico weer door mijn enkel te gaan is te groot. Ik kies voor minder demping, en meer gevoel met de ondergrond. Pijn gaat het toch doen. De grip en controle van de North Face schoenen overtuigen snel, al gaat het afdalen nog niet super smooth en blijft de angst om door mijn enkel te gaan aanwezig. Gelukkig krijg ik tijdens de UTMB nog tijd genoeg om te oefenen.

Afgelopen woensdag begon het ultra-wachten. Ik sta twee uur in de rij om mijn startnummer te bemachtigen. Van de verplichte uitrusting worden slechts de telefoon en de regenjas gecontroleerd. Verder wordt er steekproefsgewijs uitgebreid gecontroleerd. Dit zullen ze ook tijdens de race doen. Ook word ik weer getagged met een polsbandje. Een rode dit keer met UTMB erop. Ik snap het nut van deze "festivalpolsbandjes" niet behalve dat iedereen de komende dagen kan zien dat je de UTMB gaat doen. De CCC en OCC deelnemers hebben een ander kleurtje. Bij Transgrancanaria werd ik ook getagged. Die heb ik meteen van mijn pols geropt en tijdens de race weer met wat plakband omgedaan. Nu laat ik hem maar zitten.

Ik "slaap" vrijdag uit tot 12 uur. Controleer mijn rugzak, de dropbag voor Courmayeur en neem samen met Vanessa door wat ik bij de verzorgingsposten nodig denk te hebben. Ik neem bijna een dikke kilo gelletjes en veganrepen mee. Eigenwijs als ik ben neem ik nieuwe smaken mee waarvan ik niet eens weet hoe ze smaken. Ik heb werkelijk geen idee hoeveel ik nodig zal hebben tot aan Courmayeur waar mijn dropbag ligt en Vanessa mij voor het eerst mag assisteren. Ze heeft speciale tickets voor vier posten waar de loper geholpen mag worden door 1 persoon. Pas als ik binnen ben mag ook zij naar binnen. Dit lijkt overdreven maar is wel begrijpelijk. Anders wordt het een zootje bij de posten.

Rond half vier rijden we met de camper naar het centrum. Chamonix lijkt wel overgenomen door campers. Ze staan overal. We vinden nog een plekje bij het station. Bij de start is het druk. In de brandende zon zitten deelnemers al op de grond in het startvak te wachten. Ik ga liever nog even in de schaduw liggen.
UTMB2015 1

18:00 uur valt het startschot. Ik schuif in en beland in de optocht. Rennen is er niet bij en onder luid gejuich paraderen we door Chamonix. Ik zie Vanessa die op een plantenbak is gaan staan. "Succes met de wandelvierdaagse" roept ze nog. Heel Chamonix staat vol met publiek. Rijen dik. De eerste acht kilometer is redelijk vlak en ik wil graag even rennen om de benen los te maken. Als we Chamonix uit zijn kan ik rennen. Een stuk asfalt. Lekker. Maar al snel struikelen we over elkaar op een trail. Relax. Het is nog lang.

Ik kan me niet meer heel veel herinneren van de eerste uren. Ik probeer te ontspannen maar het is moeilijk om niet na te denken over de 170 km door de bergen die me te wachten staat. Al snel wordt het donker en ben ik aan de tweede klim begonnen. Deze tweede klim is nieuw in het parkoers. En het is een heuse hel. Bijna een kilometer hoogteverschil overwinnen over grote losliggende rotsblokken. Ik word een beetje moedeloos. Het stijgingspercentage van de klimmen valt me zwaar. Veel steiler dan ik had verwacht. Ik ga hooguit 2 kilometer per uur. Boven mij zie ik een slinger van lampjes naar de top. Ik lig zeker niet laatste want onder mij zie ik een oneindige aanvoer van nieuwe lampjes. Ik vraag me af waarom ik dit doe. Zelfs de twee prachtige rotsformaties die als stevige borsten boven de bergketens opdoemen kunnen daar niets aan veranderen. Het is afzien en de kilometers gaan zo traag. Ik kan aan niets anders meer denken dan aan stoppen met dit gedoe. Ik ga dit niet volhouden. Ik heb hier veel te weinig voor getraind. Ik zie het totaal niet meer zitten. De gedachte om nog een dag en nacht dit te moeten doen is onvoorstelbaar. Het besluit is genomen. Ik ga stoppen in Courmayeur (79 km) waar Vanessa met de camper staat. Ik ben nog maar op de tweede top, heb een kleine 40 km afgelegd en ben al een werkdag onderweg. Bij de afdaling word ik in mijn besluit gesterkt. Dit is niet te doen. Ik stuntel over de rotsblokken. Hoe ik ook probeer om de kunst af te kijken van lopers die het afdalen over dit terrein wel beheersen, ik blijf een schijterd.

UTMB actie 1

Het is achteraf moeilijk uit te leggen waarom ik op dat moment zeker wist dat ik er wel klaar mee was en wilde stoppen. Het was niet zozeer dat ik, behalve pijn in mijn voeten, ergens last van had maar mentaal kon ik het niet op brengen. Het klimmen en vooral het afdalen is voor mijn kunnen erg technisch. Ik had verwacht dat het makkelijker zou zijn dan Lavaredo maar dat is zeker niet het geval. Er zijn genoeg redenen op te noemen om door te gaan: De hele vakantie is afgestemd op de UTMB. De vraag is maar of ik ooit weer ingeloot zal worden. UTMB-punten verzamelen heb je zelf in de hand maar ingeloot worden niet. Als ik niet finish heb ik geen kwalificatie voor de Western States en vervallen mijn tickets van de afgelopen twee jaar. Ik heb verschillende rugzakken en schoenen aangeschaft. Ik denk aan Vanessa die midden in de nacht met de camper op pad is om mij te ondersteunen. Al dit soort argumenten worden betekenisloos als je echt niet meer kan. Ik wil niet meer. Het kan me allemaal niets meer schelen. Het besluit om te stoppen geeft rust. Als het licht wordt mag ik stoppen. Ik hoor mijzelf al aan iedereen vertellen waarom ik gestopt ben. Gelukkig duurt het nog erg lang voordat ik daadwerkelijk in Courmayeur ben, zodat er tijd genoeg is voor andere gedachten.

De verzorgingsposten in de dorpjes zijn heel gezellig. Vooral in de nacht is het een dolle boel. Er klinkt muziek en de verleiding om er te blijven hangen is dan ook groot. Nu ik weet dat ik ga stoppen kan ik er weer een beetje van genieten. Nog twee bergtoppen bedwingen voor ik in Courmayeur ben. Genieten is misschien niet het juiste woord. Ik vervloek de beklimmingen nog steeds maar wanneer ik eindelijk de derde top, Col de la Seigne, bereik en even mijn lampje uitdoe om te zien hoe de volle maan de bergketens van de Alpen om me heen verlicht, voel ik me toch bevoorrecht. Na een op papier korte afdaling, wat in de praktijk ruim twee uur stuntelen betekent, moet ik nog naar de top van de Arête du Mont-Favre. Regelmatig stop ik ergens om op een steen te gaan zitten. De meeste deelnemers zijn stil en bezig met hun eigen avontuur. Het wordt ochtend en het lijkt alsof tussen de bergen onder mij een dun doorzichtig laken is gespannen. Ik denk aan de mensen die zeggen dat je gek bent als je zoiets doet. Ik denk dat een gezond mens gek is als die zoiets nooit zal proberen. Ik maak een foto maar in dit geval zegt een ervaring meer dan duizend foto's. Dit kan je niet vastleggen.

Terwijl ik naar het mistlaken kijk, komt de zon boven de berg tevoorschijn. Opeens vind ik het zonde om niet te lopen bij daglicht. Het wordt een warme dag met 30 graden in Chamonix. Ik reken wat en zie dat ik wat betreft doorkomsttijden ruim onder de tijdslimiet zit. Dus ik kan nóg rustiger aan doen. Tijdens de afdaling naar Courmayeur denk ik aan Vanessa die daar op me wacht. Voor haar is het ook stressen. Ze weet niet precies wanneer ze mij kan verwachten. Als ik in Courmayeur aankom en Vanessa voor mij klaarstaat en me de sporthal inloodst weet ik het zeker. Ik ga door. Ik ben niet geblesseerd. Ik kan toch niet opgeven omdat ik een beetje pijn aan mijn voeten heb en niets liever wil dan slapen? Een mooie dag ligt voor me. Een prachtige route met verzorgingsposten is voor mij uitgezet. Ik zit ruim binnen de tijdslimiet. En ik heb Vanessa die er alles aan doet om me nog drie keer te ondersteunen onderweg.

Echt leuk gezelschap ben ik niet en vertel haar dat ik gedurende de nacht alleen maar over stoppen heb nagedacht. Mijn voeten doen ontzettend pijn. Ook mijn enkel voelt pijnlijk. Van te voren heb ik met Vanessa afgesproken dat ik alleen zou stoppen als ik een blessure heb en echt niet meer kan lopen. Beetje pijn aan de voeten is mee te leven. Ik laat de ibu's in de rugzak. Die zijn alleen voor als ik echt een blessure oploop en nog de berg af moet. Honger heb ik niet. Bij eerdere verzorgingsposten at ik banaan en sinaasappel. Soms bouillon met wat vermicelli voor de warmte. Hopelijk groentebouillon. De sportdrank die ze schenken is misselijkmakend en teveel cola doet ook geen wonderen. De gelletjes en repen die ik meesleep zijn echt smerig. Ik mis mijn vertrouwde GU-pindakaas en GU-espresso gelletjes. De repen zijn droog en krijg ik nauwelijks weg zonder mijn hele watervoorraad op te maken. Gelukkig heb ik zoutpilletjes bij me zodat ik de komende warme dag veel water kan drinken. Vanessa heeft smoothie, een watermeloen, gekookte aardappel en rijst met miso in sushibladen meegenomen. Ze doet haar best om me te laten eten. Ik neem een paar happen van de watermeloen, neem een paar slokken van de smoothie en probeer een gekookte aardappel weg te werken. Het valt niet mee om wat te eten. Ondertussen zorgt Vanessa ervoor dat ik met voldoende water, droge kleding en goed met zonnebrand ingesmeerd de dag tegemoet ga. Zin om de sporthal te verlaten heb ik niet. Er wacht meteen een klim van 5 kilometer waarin 800 hoogtemeters moeten worden overwonnen. Vanessa stelt me gerust dat ik ruim in de tijd zit, ik nu lekker met daglicht mag lopen en dat zij er over 45 km alweer is. In de bergen is dat al snel 10 uur later.

Zodra ik op weg ben en de warmte voel krijg ik er zin in. Ondertussen ben ik in Italië. Er zijn genoeg natuurlijke waterbronnen onderweg om af te koelen. Niets lekkerder dan ijskoud water uit de bergen. Wat ben ik blij dat ik niet gestopt ben. Zoals Vanessa nog tegen mij zei in Courmayeur: "dipjes zijn er om overwonnen te worden". De pijn in mijn voeten is er vooral bij het klimmen. Ik probeer met mijn stokken mijn voeten zoveel mogelijk te ontlasten. Maar eigenlijk voel ik me verder best lekker. De stukken die voor mij renbaar zijn, ren ik met veel plezier. Ik pak mijn buff uit de rugzak en maak die zo vaak mogelijk kletsnat in een koud bergstroompje om deze vervolgens zeiknat over mijn hoofd te trekken.

Ik heb al een tijdje mijn iPod shuffle aan. Soms luister ik, maar meestal is het slechts achtergrond muziek. Het wordt wat rustiger op de route. De warmte is heerlijk. De Mont-Blanc altijd aanwezig. Ondanks de aanmoedigingen wordt het wel zwaarder. "Courage Edwaaaar" klinkt het. Veel high fives deel ik uit aan kinderen die me vol enthousiasme aanmoedigen. Ik heb de eerste klim na Courmayeur weer gehad en na 12 km vlak over de bergtoppen op 2000 meter te hebben "gerend" volgt de klim naar Gran Col Ferret, op meer dan 2500 meter hoogte, waar de grens met Zwitserland ligt. Op de top waar geen verzorgingspost is maar alleen een controlepost en EHBO, ga ik even in de schaduw van de EHBO tent zitten. Goed voorbeeld doet volgen en meerdere deelnemers komen bij mij in de schaduw zitten.
Ik begin behoorlijk last van schaafplekken te krijgen. Dom als ik ben heb ik een sportonderbroek aan die ik eigenlijk nooit draag. Nu weet ik weer waarom. Ik bel Vanessa en vraag of ze een andere onderbroek en een pot vaseline meeneemt.

Er volgt een lange afdaling met nog een aardige klim voordat ik in Champex ben waar Vanessa op me wacht. Ik zit ik er behoorlijk doorheen. Ik haal een wandelende, Aziatisch uitziende deelnemer in die een plastic tasje bij zich heeft met een stokbrood en een flesje sportdrank. Ik denk dat hij even ergens een winkel is ingedoken. De klim naar Champex is behoorlijk pittig en als ik denk boven te zijn en even op een steen ga zitten, komt even later ook de man met zijn plastic tasje zitten en begint aan zijn stokbrood en sportdrank. Hij heeft de hele klim zijn tasje in zijn hand gehouden. Helaas zijn we er nog niet en moeten we na een kleinstukki afdalen gewoon weer een rot stuk klimmen.

Eindelijk Champex! 124 km zit erop. De tweede nacht gaat beginnen. Vanessa heeft kussentjes meegenomen en ik ga even op een bankje liggen terwijl Vanessa mij probeert aan te kleden voor de nacht.
Wat ben ik blij dat ze er is. Opstaan lukt niet meer. Mijn buikspieren zijn op. Vanessa helpt me overeind en zegt dat ik niet al te lang moet blijven liggen. Gelijk heeft ze want als ik wacht tot ik zin heb om weer te gaan lopen, kunnen we lang wachten.
UTMB rust

Langzaam begint het slaapgebrek zijn tol te eisen. Ik begin boomstammen aan te zien voor personen. Als ik lang autorij in het donker heb ik hetzelfde. Dan zie ik verkeersborden aan voor personen. Dat is altijd het teken dat ik moet stoppen. Nu moet ik door en ik maak er maar het beste van. Het is best grappig dat je hersenen zo makkelijk een figuur kan herkennen in een vage vorm. Ik begin het weer echt leuk te vinden en geniet van mijn hersenspinsels. Als ik weer eens een persoon tussen de bosjes zie liggen, is het geen hersenspinsel. Er ligt echt een deelnemer. Ik vraag of het goed gaat en hij opent zijn ogen en stelt me gerust dat hij alleen eventjes wat rust nodig heeft. Ik snap het wel. Zelf stop ik soms ook even en doe mijn lampje uit. Zo stil in de bergen. Heerlijk.

Als we ergens halverwege de berg een waterpost tegenkomen en ik probeer mijn water bij te vullen ziet het er opeens allemaal heel komisch uit. Een dame staat alleen voor het huisje met achter haar in de vensterbank een paar flessen water en cola. Ze deelt dit rustig uit aan de, als beesten uit de duisternis opdoemende, dorstige deelnemers. Een chinees doet zijn best om eau uit te spreken maar het klinkt meer als een zielige oooooooo. Ook ik wil gewoon water en niet water met bubbels wat ze aan het uitdelen is. Ze maakt een gebaar dat we moeten wachten en gaat met haar armen over elkaar voor de flessen staan. Een deelnemer die zelf een colafles achter haar vandaan probeert te pakken, wordt op de vingers getikt.
Net als ik het opgeef komen twee jongemannen naar buiten met flessen water. Snel vullen ze ons bij zodat we weer verder kunnen.

De afdaling naar Trient, waar Vanessa wacht, gaat moeizaam. Vooral het laatste stuk is waardeloos. Je ziet in de Alpen vaker dit soort shortcuts naar een lager gelegen dorpje. Zigzaggend is er iets gemaakt wat voor een pad moet doorgaan. Uitgehakt tussen de boomwortels en bezaaid met grote keien. Op een soortgelijk pad heb ik vorig jaar in Zermatt mijn enkelband afgescheurd, vandaar dat ik het hier rustig aandoe. Ik hoor stokken achter me en maak ruimte. Een Japanner stort zich naar beneden alsof hij levensmoe is. Geweldig als je dat durft en kan in het donker. Ik ben niet levensmoe en stuntel vrolijk verder. Als ik eindelijk beneden ben en aangemoedigd wordt hoor ik opeens: "Hey, Edward". Het is Matthew, een Nederlandse deelnemer die ik van te voren nog bij een winkeltje tegen ben gekomen. Hij had gedurende de eerste nacht precies dezelfde gedachten als ik, alleen is hij wél gestopt in Courmayeur. Hij wacht hier op Marjolein Bil, een Nederlandse dame die eerst nog twee uur voorsprong op mij had maar het nu erg moeilijk heeft. Mentaal zag Matthew het niet meer zitten, vertelt hij terwijl hij een stukje met me mee rent. Al snel zie ik Vanessa en ze is verbaasd dat ik zo vrolijk ben. We rennen naar de verzorgingspost en ik drink een Erdinger alcoholvrij die Vanessa meegenomen heeft. Dat smaakt een stuk beter dan die vieze sportdrank die ze hier hebben. Ik geef mijn horloge, die het al een tijdje begeven heeft, aan Vanessa. Hoezo 50 uur batterijduur? Na 26 uur is hij er al mee gekapt. Eigenlijk vind ik dat niet erg. Ik keek vooral naar de hoogtemeters, maar ondertussen voel ik aan de wind wel wanneer ik bijna boven ben. En ik heb tijd zat om te finishen. Na een paar minuten rusten wil ik wel weer verder. Vanessa loopt een stukje mee om me de juiste weg door het dorp te wijzen. Ik zie haar over 10 kilometer in Vallorcine alweer. Daarvoor moet ik nog even een berg over en ruim 700 hoogtemeters overwinnen.

UTMB-Edward125km

Het klimmen gaat moeizaam maar het idee dat ik het ga halen overheerst. Nog even deze berg over, dan nog een verzorgingspost waar Vanessa is voordat ik echt de allerlaatste berg over mag. Een kleine 5 kilometer verder en anderhalf uur later ben ik op de top. Het is midden in de nacht en het gaat allemaal niet zo makkelijk meer. Ik neem de tijd om even om me heen te kijken voordat ik aan de afdaling begin. Vooral het laatste stuk van de afdaling is weer een belachelijk pad waar ik niets mee kan. Een uur later kom ik Vallorcine binnen en ben ik blij Vanessa weer te zien, al ben ik een stuk minder vrolijk dan in Trient. Ik blijf ruim een half uur in Vallorcine. Ik probeer voor het eerst koffie die ze daar schenken maar dat is werkelijk niet te drinken. Gelukkig heeft Vanessa nog een Erdinger alcoholvrij meegenomen. Vanessa doet haar best me nog wat te laten eten maar ik heb nog steeds niet echt honger. Door de man met de plastic tas verlang ik alleen nog maar naar sportdrank uit de supermarkt. Mierzoete AA-drink of zoiets. Ik hou 2 gelletjes en geef de rest van de gelletjes en repen, die ik de hele tijd meezeul aan Vanessa. Ik neem nog maar 1 liter water mee en ga met een stuk lichtere rugzak weer op pad. Op naar de laatste klim. Ik doe mijn iPod shuffle weer op in de hoop dat de muziek me over de laatste berg draagt. Het duurt even voordat ik de muziek aan de praat heb.

Ik begin als een bezetene aan de laatste grote klim. Onvoorstelbaar dat ik de vorige nacht al wilde stoppen. Ik voel me sterk en vrolijk. Alles lijkt in een versnelling hoger te gaan. Ik haal andere deelnemers, waarvan sommigen niet klimmen maar er verslagen bij zitten op een kei, makkelijk in. De klim wordt steeds moeilijker en met handen en voeten klauter ik verder. Ondanks de warme dag is het na zonsondergang koud boven de 2000 meter. Ik heb ondertussen handschoenen aangedaan. Als ik boven denk te zijn, ligt er nog een ware puzzeltocht over grote keien op me te wachten. De gele reflecterende routemarkering is van ver te zien en ik probeer in een rechte lijn van markering tot markering te klauteren. Daarna moet er toch weer stevig geklommen worden. Ik moedig mezelf aan met een rare mix van Gronings en Fries.

Als ik na ruim 2 uur klimmen eindelijk de top bereik voel ik me duizelig. De dame die mijn startnummer scant blijkt een Nederlandse te zijn. "Nog 3 km dalen tot de volgende waterpost en daarna nog 9 km naar de finish" zegt ze. Ik ben niet meer in staat tot een praatje maar bedank haar, geloof ik, vriendelijk. Drie kilometer in het Groningse landschap is niets maar hier is het een hel. Ik snap niet waarom alle energie van het klimmen opeens plaats heeft gemaakt voor dit rare gevoel. Maar zelfs als ik me goed zou voelen is deze afdaling niet renbaar voor mij. Wat kan 3 km dan lang zijn. Dan begint mijn lampje ook nog te knipperen. Dat betekent dat de accu bijna leeg is. Ik pak mijn reservelamp die beduidend minder licht geeft. Ik hobbel verder en moet toch weer een stukje klimmen voordat ik bij de verzorgingspost ben. Een uur heb ik nodig gehad voor deze 3 km. Ik ga verdwaasd zitten en er komt meteen een vrijwilligster aan om te vragen of het nog gaat. Ik probeer zo helder mogelijk over te komen. Ze haalt cola voor me en ik eet toch maar een smerig gelletje. Is dit hoogteziekte? Nee, ik denk slaapgebrek en ik heb ook wel heel weinig gegeten. Nog 800 meter dalen in de laatste 9 kilometer. Ik ben er bijna. Ik kan nu niet meer opgeven. Behoorlijk licht in mijn hoofd begin ik aan de laatste afdaling.

"Heelhuids beneden aankomen" is de mantra die ik blijf herhalen. Ik krijg visioenen dat ik in de laatste kilometers val en bebloed op de grond lig en dat ik mijn enkelbanden weer hoor afscheuren en dat ik onwel word en niet verder kan. We dalen een zwarte piste af. Rennen gaat bijna niet. Mijn coördinatie is helemaal weg. Zo goed als ik me bergop voelde zo slecht voel ik me nu. Ik ben opeens ook niet zeker of ik nog wel op de route zit. Zijn we hier zonet niet omhoog geklommen? Ik wacht op een andere deelnemer en vraag hem of we wel goed gaan. "Oui, descente de Chamonix!" is wat ik versta van zijn antwoord in het Frans. Al snel zijn we in het bos en ik zie soms de lampjes van Chamonix ver beneden ons. Het ziet er renbaar uit maar zodra ik probeer te rennen tussen de stenen en boomwortels door schop ik tegen van alles aan. Ik ben alle controle kwijt. Gelukkig zit op mijn schoen een goede teenbescherming. Het wordt langzaam licht en ik prop mijn hoofdlamp in mijn rugzak. Als ik eindelijk op een iets beter pad aankom durf ik weer echt te rennen. Ik doe mijn handschoenen en mijn lange shirt uit. Rennen! Heerlijk nog een paar kilometer naar beneden richting Chamonix! Ik herinner me niet meer waar ik Chamonix binnenkom maar ik ben er. Het rondje door de stad ren ik hard en ik haal nog wat deelnemers in. In mijn beleving is het alsof ze stilstaan. Het is 7 uur in de ochtend. Heel druk is het niet maar de mensen die er zijn moedigen me aan. Ik hoor en zie Vanessa schreeuwen, geef haar een high five en haal in de laatste bocht nog een deelnemer in die de laatste meters door zijn gezin vergezeld wordt. Ik finish alleen. Wat een belachelijke tocht maar ik voel me beter dan ooit. Ben helemaal hyper van het slaaptekort. De benen voelen goed en ik ratel maar door. Vanessa is gelukkig nog zo alert dat ze zorgt dat ik mijn finishshirt ophaal.

UTMB actie 2

Terug op de camping, ga ik eerst nog langs de andere noorderlingen die de CCC (Jeroen, Anton en Maurice) en de OCC (Gerard) hebben gelopen van respectievelijk 101 en 53 km. Behalve Jeroen, die door een blessure niet heeft kunnen trainen, hebben ze het allemaal gehaald. Nadat ik gedoucht heb en liggend op mijn rug voor de camper aan Vanessa probeer uit te leggen wat ik zie in de bomen boven mij, moet ik gaan slapen van haar. "Je begint een beetje op je moeder te lijken met je verdwaasde blik en warrige taal".

Groet,
Edward

UMTB2015 profiel
Reacties (5) Geen reacties meer mogelijk
1 maandag 07 september 2015 13:02
Jurgen de Vries
Mooi geschreven, leuk om te lezen.
2 maandag 07 september 2015 19:44
Harmen en Danielle
Weer fantastisch geschreven. Een prestatie van wereld klasse! Gefeliciteerd
3 donderdag 10 september 2015 13:22
Jean-Paul
Gaaf Edward, wat een avontuur!
4 donderdag 10 september 2015 13:58
michiel panhuysen
he edward,
mooie overwinning op jezelf. een advies voor die schuurplekken: NOK. dat spul is in Frankrijk te koop. het is preventief te gebruiken, maar ook als je al pijnlijke schuurplekken hebt.
je definitie van technisch is interessant...
groet! MIG (PTL)
5 donderdag 10 september 2015 20:54
Kim Baner
Hee Edward,

Echt stoer dat je ondanks het feit dat je in het begin al wou stoppen, deze tocht toch hebt uitgelopen. En helemaal fijn dat je er zonder kleerscheuren vanaf bent gekomen.

Tot ziens ergens in de wereld tijdens een mooie trail!
Groetjes Kim

Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2019  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst