Allgäu Panorama Marathon (D), 69 en 42,2 km, 14 augustus 2016

Opnieuw een podiumplaats voor Edward!

Algau

Op weg naar de 100 van Winschoten kiest Edward in de voorbereiding voor een bergloop van 69km met 3000 hoogtemeters in Zuid-Duitsland. Natuurlijk gaat dan ook Vanessa van start maar dan op de marathon met 1500 hoogtemeters.
'Hehe GEEN DNF! Het was warm hier, tegen de 30 graden. De klimmetjes waren zwaar al heb ik meer asfalt gezien dan ik gewend ben in de bergen. Maar voor Winschoten was het asfalt wel een goede training', aldus Edward.
Gefelicieerd Edward en Vanessa met jullie topprestaties!
Krantenartikel

70 km, 3000 hm
netto
 Edward Pechler, 3e plaats M50,
23e vd 152 mannen
8:48:41
42,2km, 1500hm
 
Vanessa Wuijster 5:39:16


Link naar de website

Behalve mijn onkunde om goed af te dalen voel ik me verder wel ok. Op de wat vlakkere stukken haal ik de mensen die mij hebben ingehaald bij het afdalen meestal wel weer in.....
Soms hebben ze een tuinslang met sproeier die ik dan vol op mijn gezicht richt. Dit gaat niet altijd goed waardoor ik een keer de vrijwilligers bij de verzorgingspost de volle lading geef.....

Lees verslagje van Edward>>>


Ik vraag me al een tijdje af of het te doen is om, voor een bergtraining, in een lang weekend naar de Alpen op en neer te rijden. Toevallig zie ik een wedstrijdje in de Duitse Alpen: De Allgäu Panorama Marathon Ultra. Een 70 km lange race met 3000 hoogtemeters. Het is niet om de hoek maar volgens TomTom slechts 7,5 uur rijden. In de praktijk, met minstens 60 km verkeerd rijden, een beetje file en wat benen strekken, zijn we toch al gauw meer dan 12 uur onderweg.

Als ik het hoogteprofiel bekijk, lijkt het erop dat het niet echt mijn favoriete hooggebergte paden zijn. Alles bevindt zich nog onder de boomgrens. Ik zie zelfs 17 km asfalt. Voor een training richting Winschoten is het misschien wel goed dat het niet te technisch is. Kan ik meer rennen. En 3000 hoogtemeters is best aardig. Op de valreep schrijf ik Vanessa nog in voor de hele marathon. Ze zal toch moeten trainen wil zij ooit wél finishen in de Western States.

Zoals wel vaker in Duitsland is er nooit gedrang bij de startlijn. Alsof niemand vooraan wil starten. De eerste 3 km is redelijk vlak en ik ren met de eersten mee. Zo nu en dan loop ik relaxed op kop. Zouden de snelle jongens zich al zorgen maken? Zodra het klimmen begint laat ik ze gaan. Pak mijn stokken en wissel rennen met wandelen af. Ze lopen niet eens zover uit. Nog niet.

Het vroege starten zal nooit mijn ding worden. In alle vroegte opstaan, eten en aankleden zodat je om 6:00 uur fris aan de start staat. Het staat me altijd tegen, totdat ik om 5 uur in het donker uit de camper stap om even een testrondje over de parkeerplaats te rennen. De zon is nog niet op maar de contouren van de Alpen zijn al zichtbaar. Dan is de zin snel in de man.

Halverwege de klim doen de zonnestralen, die op de bergwand voor me verschijnen, me omkijken en ik zie dat de zon net boven de bergen verschijnt. Dat blijft een machtig gezicht. Het stadje Sonthofen, waar we gestart zijn, ligt ver beneden mij. Ik word omringd door een skyline van grillige bergen. Het schaarse ochtendlicht zorgt voor een serene rust. Ik mag me hier de komende uren vermaken. Dit maakt de lange reis en het vroege opstaan meer dan de moeite waard.

De klim bestaat uit asfalt, grindpaden, graspaden, wortelige bospaden en zowaar ook enkele mooie alpine-achtige paden. Het typische Alpengeluid van de klingelende koebellen maakt het alpengevoel compleet. Als we door een gebied rennen waar ook koeien grazen besluiten ze over het smalle pad met ons mee te rennen. Ze klauteren het pad op en rennen al klingelend tussen ons in. Het valt niet mee om ze bij te houden op hun terrein. Vooral bij de wat steilere stukken zijn ze duidelijk in het voordeel met vier poten.

Als ik na de eerste klim eindelijk kan afdalen valt het een beetje tegen. Zelfs de stukjes asfalt zijn net wat te steil om lekker te rennen. De glibberige, met boomwortels bezaaide bospaden dwingen mij soms tot stuntelig wandelen. Als ik zie dat anderen er toch echt geen moeite mee hebben ga ik er voor. Al snel glij ik uit en val hard op mijn rug. Met mijn rechterhand voorkom ik erger. Met een pijnlijke, wat opgezette hand daal ik daarna nog voorzichtiger af.

Behalve mijn onkunde om goed af te dalen voel ik me verder wel ok. Op de wat vlakkere stukken haal ik de mensen die mij hebben ingehaald bij het afdalen meestal wel weer in. Het is ondertussen behoorlijk heet geworden. Tegen de dertig graden, schat ik. Met de kennis van de Western States zorg ik dat ik bij elke verzorgingspost goed afkoel. Gooi water over mijn hoofd, nek en hou mijn shirt goed nat. Soms hebben ze een tuinslang met sproeier die ik dan vol op mijn gezicht richt. Dit gaat niet altijd goed waardoor ik een keer de vrijwilligers bij de verzorgingspost de volle lading geef. Enkele verzorgingsposten hebben zelfs een heuse douche: iemand op een keukentrapje met een gieter in de hand. En dan zijn er onderweg natuurlijk de ijskoude bergbeekjes om af te koelen.

De klimmetjes tussendoor zijn best pittig en na vier uur heb ik er 35 km opzitten. Ondertussen ben ik in Oostenrijk. Als het zo door gaat is 8 uur mogelijk. Helaas is de tweede helft iets pittiger dan de eerste. De uitzichten en zelfs een prachtige waterval maken het allemaal wat makkelijker. Als ik met een, voor mij levensgevaarlijke afdaling in een donker bos bezig ben, komt een dame die ik al meerdere keren heb ingehaald mij voorbij. Ze daalt gewoon af. Rennend! Ik laat me niet verleiden tot rennen en ploeter verder. Opeens is het voorbij. Ik sta in het volle licht in een prachtig dal. De kleuren zijn onwerkelijk. Hier en daar wat karakteristieke houten schuurtjes in de intens groene weides. Dit alles omgeven door de machtige Alpen. In de verte is een klein dorpje zichtbaar met, hoe kan het ook anders, een witte kerktoren. De huizen verstoren de ruimte niet. Even denk ik: "Ik ben hard gevallen en ben in de hemel". Een gekke gedachte voor een atheïst.

Daarna begint de laatste klim. Een ware uitputtingsslag. Hij begint al bij 50 km maar telkens daal je ook weer stukjes af. Zo schiet het niet op en pas bij 58 km begint de echte klim. Blij dat ik stokken bij me heb want anders was ik bij elke stap weer twee stappen teruggegleden. Ik had nog even gehoopt dat ik misschien tegelijk met Vanessa - die de marathon loopt en twee uur later is gestart - te kunnen finishen. Maar ik ga er bijna 9 uur overdoen schat ik nu in en dan zou zij de marathon in 7 uren moeten lopen. Ik hoop en denk dat ze toch wat sneller is.

Ik ben blij als ik de top eindelijk bereik. Geniet nog even van het uitzicht, drink wat en begin aan de lange afdaling. Er zijn in het begin redelijk wat stukken waar ik niet durf te rennen, maar verder zijn de laatste 9 km redelijk renbaar. Voldaan en een beetje moe kom ik weer in Sonthofen aan. Vanessa, die allang gefinisht is, is na het lange wachten te laat om een foto te maken maar net op tijd voor een highfive. Ze heeft wat pijn in de benen maar is blij dat het gelukt is.

De prijsuitreiking is pas om 18:00 uur zodat we nog genoeg tijd hebben om te zwemmen. Net als bij Salland volgende week is de finish bij een zwembad waar de deelnemers gratis gebruik van mogen maken. En al kan ik me nooit lang vermaken in een zwembad. De benen vinden het wel even lekker.

Groet,
Edward


Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2017  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst