Zugspitz, Ultratrail, (D), 17 juni 2017

Uitdagingen in de bergen!

Zugspits2017

Foto: Edward: 'Nog even orde in de chaos aanbrengen'.

In Duitslands grootste trailevenement stonden Edward en Vanessa voor verschillende uitdagingen aan de start. Gezien hun spullen laten ze niets aan het toeval over. Nu is dik 100km in de bergen rennen/klimmen/stijgen/dalen geen kleinigheid. De uitdaging voor beiden is enorm. Vanessa is in goede vorm. Edward leek wat te tobben met zijn vorm, maar de schijnt bedriegt!
Maar beiden haalden de finish. Edward had er bijna 19uur voor nodig. 19 uur!!! En Vanessa 7 uur. Wat een inspanning. We hebben hier allemaal respect voor dat ze dat kunnen en vooral: durven.  Voor Edward is het zijn 39e ultramarathon en voor de 7e keer 100km of meer!
Edward op de chat: 'Het was zwaarder dan verwacht en het afdalen durf ik steeds minder. Vanessa heeft goed gelopen. Ze had nog beter kunnen lopen als ze niet op nieuwe schoenen (blaren) was gestart'.
Een verslagje zal vast nog wel komen. Na 19 uur heb je genoeg te vertellen! Klasse Edward en Vanessa!

Ultra Trail: 101,6km / 5412 hm  netto
Edward Pechler 18:45:04
BaseTrail XL: 39,3km / 1896 hm  
Vanessa Wuijster 7:01:18


Zugspitz2017-2
Zugspitz2017-3

Link naar de website

Aan een lampje heb je niets in de mist. Ik ben dan ook vooral bezig om te zorgen dat ik niet fout loop.

Het lijkt alsof de kilometerbordjes minstens vijf kilometer uit elkaar staan ipv één. Het schiet niet op. Ik ren voorzover ik durf.

Lees verslagje van Edward>>>

Waarom de Zugspitze ultra? De voornaamste reden: het is een kwalificatiewedstrijd voor de Western States 100 miles. De wedstrijd waar ik vorig jaar de finish niet wist te bereiken. De kans dat ik ooit weer ingeloot wordt is uiterst klein. Maar zonder kwalificatie gaat het zeker niet lukken.

We starten om 7.15. Niks als een gek van start, maar gedwee wandelen we onder luid gejuich achter de, in traditionele kleding - inclusief hoedje met veer en lederhosen - gehulde plaatselijke fanfare aan. Als de fanfare rechts afslaat en wij linksaf, begint het klimmen. Dit gaat nog wel, maar al snel is het asfalt op en klauteren we over onverharde paden. Ik voel meteen al dat ik niet echt sterk ben. Misschien hadden we deze week moeten taperen ipv elke dag te gaan rennen of mountainbiken in de bergen.

Om de kwalificatie-eis van 22 uur te halen hoef ik me niet kapot te lopen en ik heb me dan ook voorgenomen om wat meer van de omgeving te genieten dan anders. Helaas begint de race meteen al met verschrikkelijke steile eindeloze klimmetjes en voor mij ondoenlijke afdalingen. Eigenlijk heb ik na 20 km al een dip. Ben al dik drie uur onderweg en heb nog niet het gevoel te pakken.

Ik vraag me serieus af of ik hier niet te oud voor ben. Angst overheerst bij elke afdaling. Als ik tijdens een afdaling over een groene, met gaten bezaaide bergwand, even pauzeer om mijn concentratie terug te vinden en om mijn voornemen, meer te genieten in de praktijk te brengen, komt Anton Slagers de berg afgehobbeld. Hij heeft het duidelijk meer naar z'n zin dan ik, al vind ook hij het wat te steil. We dalen, met de techniek van een Groningse plattelander, verder af. Al snel gaat hij door z'n enkel. Gelukkig kan hij door, maar hij gaat het even wat voorzichtiger aan doen. Om de vijf kilometer staat een bordje met hoeveel km er nog te gaan is. Een volgend bordje kan makkelijk anderhalf uur duren. Mijn horloge is al snel van slag en geeft meer kilometers aan dan de bordjes.

Ondanks dat ik me vandaag niet sterk voel, voelt het goed om bezig te zijn. Ik kijk wat vaker bewust om me heen, snuif tussen het gehijg door de berglucht op, luister naar de vogels, hoor de watervalletjes ruisen en koel me met ijskoud water uit de bergbeekjes. Het is prachtig weer al is het vandaag iets minder warm en is er meer bewolking dan afgelopen week. Ook heeft het gisterochtend hard en lang geregend waardoor de paden in de bossen wat glibberig zijn. Gelukkig breekt de zon vaker door dan voorspeld was.

Na een kilometer of 50 eindelijk wat relatief vlakke stukken. Het is even wennen om weer lange stukken te rennen. Wat ook niet helpt is dat ik me redelijk misselijk begin te voelen. Het is behoorlijk warm en goed eten en drinken onderweg blijft moeilijk. Bij de verzorgingspost neem ik mijn tijd. Hier ligt ook mijn dropbag waar ik veel te veel troep in heb gestopt. Ik wissel van schoenen, want net als Vanessa ben ik op gisteren aangeschafte schoenen gaan rennen. Ze lopen heerlijk maar heb toch last van een verdoofde voet doordat de neus ietwat smal is. Net als ik weg wil gaan komt Anton eraan. Hij is niet zo positief meer. Of zoals hij zelf zegt: "helemaal kapot". Maar hij gaat door. Voor hem is het een training voor de UTMB, later dit jaar.

Vanaf hier volgen meer renbare kilometers over meestal brede onverharde paden. Het rennen gaat goed al ren ik, met het oog op wat er komen gaat, heel rustig. De laatste 25 km heb ik donderdag samen met Vanessa en Jan Albert Veenema al verkend, en de laatste klim naar de Alpenspitz en bijbehorende afdaling ben ik nog niet vergeten. Zo soepel als ik donderdag omhoog rende zal vandaag niet gaan. Hopelijk let Vanessa vandaag beter op want zij heeft donderdag al een flinke schuiver gemaakt en zit onder de schaafwonden.

Het wordt avond, de vogels laten hun beste gezang horen voordat de zon achter de bergen verdwijnt. Als ik over een groene weide vol met bloemen en zoemende bijtjes ren, terwijl de zon langzaam achter de bergen verdwijnt, is het ondanks dat ik mij fysiek klote voel na meer dan een halve dag inspanning, best leuk hier. Ik verheug me op de duisternis. Bij de verzorgingspost op 80 km trek ik wat warms aan en zet mijn lampje op mijn hoofd. Mijn horloge doe ik af want ik ben bijna 14 uur onderweg en de accu was na 13 en een half uur al leeg. Nog 20 km. Dat gaat nog uren duren.

Al snel wordt het donker. Echt pikkedonker. Door de bewolking geen sterrenhemel en geen maan. Als ik in het bos bij het klimmen even mijn lampje uitzet zie ik letterlijk geen hand voor ogen. Soms zie je een lichtje van een medestrijder of hoor je het gekletter van stokken. Ik zorg dat ik veel alleen loop zodat ik regelmatig van de duisternis kan genieten. Op verschillende plekken kom je in de duisternis de bergwachten tegen. Ze hebben een vuurtje gemaakt en liggen in comfortabel warme slaapzakken te wachten, zodat ze snel in actie kunnen komen mocht er wat gebeuren.

Ik begin aan de laatste klim. Een singletrack door de bossen die overgaat in een zgn switchback, een steil pad met bijna 180 graden bochten. Donderdag rende ik hier naar boven. Nu in het donker is het een powerwalk. Al snel loop ik achter een man of vijf aan te zwoegen. Het is donker en niemand zegt wat. Eén voor één valt er iemand af die uitgeput, leunend op zijn stokken, staat uit te hijgen. Een ander probeert met zijn vermoeide benen over een boomstam te klimmen en valt in slow motion op de grond. Als je wat afstand neemt en naar de situatie kijkt kan je niet anders dan glimlachen. Waar zijn we mee bezig zo midden in de nacht. Ik put er moed uit en ga stug door.

Eindelijk de verzorgingspost voor de allerlaatste klim naar de Alpenspitze. Langs deze post kom je na de klim en afdaling nog een keer, om vervolgens echt aan de allerlaatste afdaling naar de di Ian in Grainau te beginnen. Het is koud en het wordt mistig. Als een demente loop ik rond bij de verzorgingspost op zoek naar wat eten en drinken. Opeens hoor ik mijn naam. Het is Jan Albert. Hij heeft de laatste klim er al opzitten en heeft er duidelijk meer plezier in dan ik op dit moment (zie foto).

Zugspitz2017-4-klein

Hij probeert mij wat op te vrolijken. Dan ga ik ziels alleen de mistige, klamme duisternis tegemoet.

Aan een lampje heb je niets in de mist. Ik ben dan ook vooral bezig om te zorgen dat ik niet fout loop. Ik ben blij dat ik dit donderdag al gelopen heb zodat ik ongeveer weet wat ik kan verwachten. Soms loop ik recht op de afgrond af. Meer dan een meter voor me zie ik niets. Als ik eindelijk boven ben ga ik eerst even zitten om moed voor de afdaling te verzamelen. Overdag is de afdaling al een uitdaging. Met dit weer is het gekkenwerk. Als ik op een steen ga zitten zie ik dat er nog iemand zit. Hij heeft zijn lampje uit en zijn hoofd tussen zijn knieën. Als hij weer tot leven komt praten we over wat er komen gaat. Hij heeft er duidelijk net zo veel zin in als ik. Het wordt een lange afdaling. Ik heb niet genoeg zicht om mij enigszins rennend naar beneden te storten. Daarvoor is de afdaling veel te technisch en glibberig door de mist. Maar doordat lopen tergend langzaam gaat verzamel ik telkens opnieuw wat moed en ren, spring ik toch kleine stukjes.

Als ik de post voor de tweede keer heb bereikt zie ik een tent vol met deelnemers die nog de berg op moeten maar worden tegengehouden omdat het te slecht weer is op de top. Ze zullen moeten wachten tot de mist wat is opgetrokken. Ik ga er even bij zitten om me op te warmen aan de straalkachel voordat ik aan de laatste afdaling begin. Ik bel Vanessa en vraag of zij weet hoe lang de laatste afdaling ongeveer duurt. Ze verzekert me dat het hooguit nog een uurtje afdalen is, omdat zij er een uurtje over gedaan heeft in haar 40 km wedstrijd vandaag. Maar het is nu donker en ik heb er al 95 km opzitten.

Ik daal heel rustig af. De kilometers duren eindeloos. De laatste 5 km staat met bordjes aangegeven. Het lijkt alsof de kilometerbordjes minstens vijf kilometer uit elkaar staan ipv één. Het schiet niet op. Ik ren voorzover ik durf. Als ik het punt herken waar Vanessa donderdag onderuit is gegaan, weet ik dat ik er bijna ben. Maar dan volgt nog een steil modderpad. Eerst probeer ik de diepe geulen aan de zijkant van het pad, maar als ik iemand voorbij zie hobbelen op het middenpad, waag ik het ook. Ik ga steeds sneller en er is maar één mogelijkheid om vaart te minderen. Ik val. Laat mijn stokken los en rol relaxt door de modder. Niks gebroken en ik vervolg mijn weg maar weer door de diepe geul.

Eindelijk Grainau. Ik kom langs de parkeerplaats waar onze camper staat en zie Vanessa. Maar goed ook want anders was ik nog verkeerd gelopen ook. Nog een dikke kilometer te gaan door het stadje. Ik kan nog aardig rennen. Ook Vanessa, die ook al 7 uur onderweg is geweest vandaag, rent mee. Gek om door een verlaten stadje te rennen om 2 uur in de nacht. Een paar bochten en de verlichte finish is in zicht. Altijd een dubbel gevoel: blij dat je mag stoppen maar jammer dat het voorbij is.

Voor mijn gevoel heb ik, met het oog op de Eiger over 4 weken, het rustig aan gedaan en geen risico's genomen. Toch heb ik een dag later pijn in mijn rechter enkel/scheen. Het ziet er gezwollen en ontstoken uit. Hopelijk trekt het weg zodat ik tijdens de Eiger, Vanessa kan bijstaan bij haar eerste 100+ door de bergen. De 40 km die ze vandaag heeft gelopen gingen, afgezien van de schoenenkeus, behoorlijk goed. Haar rondje om de laatste berg en laatste afdaling waren in ieder geval sneller dan de mijneSMILEYS_SMILE

Groetjes,

Edward.
Reacties (1) Geen reacties meer mogelijk
1 zondag 18 juni 2017 18:12
Ger
7e plaats voor Edward.... En dat noemen we "tobben met de vorm"....

Zie ook deze artikelen:
Nieuwere artikelen:
Oudere artikelen:

 
© 2000-2017  Loopgroep Bedum, webmaster Peter v.d. Hulst